Categorie archief: Vanallus

Eric Timmermans…

Eric…

Vandaag precies een maand geleden overleed, zoals velen weten, bassist, ondernemer en maatje Eric Timmermans, veel te vroeg, veel te ziek.
Hij werd maar 60.
Ik wist toen al dat ik er iets over wilde schrijven.
Uiteindelijk heb ik zowel spelend als ‘in zaken’ vele jaren met Eric van doen gehad.
Altijd met veel plezier en altijd zeer constructief en bereidwillig.
Met z’n ‘You Name It’ bedrijf deed hij vanaf dag 1 alle verloningen voor mijn bedrijf Baileo Music Productions.
Ooit zag ik dat we van zo’n 200 muzikanten rekeningen hebben gekregen, waarvan een goed deel van hem vanwege de verloning die hij dan voor ze deed.
Dat moeten honderden, zo niet duizenden verloningen zijn geweest in ongeveer 21 jaar.
Ook hebben we talloze keren live gespeeld en in de studio gezeten.
Hij financierde mee aan 2 albums die op m’n label zijn verschenen.

Vorig jaar bezocht ik Eric 3 keer 1 op 1, in september, oktober en december.
De eerste 2 keer was het in het ziekenhuis in Haarlem, de laatste keer was het bij hem thuis.
We spraken elkaar een aantal keer telefonisch en we deden nog een paar optredens.
In april vorig jaar speelden we bijvoorbeeld op de Luchtmachtbasis in Volkel, voor de officieren, paspoort mee, door een slagboom, mannen in uniform, dames in gala en wij in smoking.
‘We’ is, naast Eric en ikzelf, Jean Louis van Dam en Rebecca Lobry.
Zoals vaker gingen we carpoolen en zoals vaker vroeg hij of ik in zijn bus wilde rijden.
Hij was moe vanwege allerlei vormen van drukte en vond het relaxed als ‘ie even niet scherp hoefde te zijn.
Het optreden ging goed en ook op de terugweg reed ik.
Hij vertelde toen dat het niet zo goed met hem ging maar dat het allemaal wel goed zou komen, en dat ‘ie het vooral zelf op moest lossen.
In ieder geval – zoals een aantal jaar ervoor – een burnout voorkomen.
Dat moest nooit meer gebeuren.

Niet veel later ging het mis en is ‘ie letterlijk omgevallen om in een onwaarschijnlijk diep dal terecht te komen, fysiek maar vooral ook geestelijk.
Toen ik Eric in september opzocht in het ziekenhuis in Haarlem was ‘ie nog maar kort daarvoor weer ‘wakker’ geworden na een hele tijd geen idee te hebben gehad van wat er allemaal gebeurd was.
Daarbij was hij z’n geheugen over die ‘niet wakkere’ periode ook volledig kwijt.
Hij wist helemaal niet wat er allemaal wel of niet gebeurd was, zat in een rolstoel vastgegespt in een 5 punts gordel omdat ‘ie simpelweg niet op z’n benen kon staan en anders om zou vallen.
Ook van het samen met z’n vrouw naar het ziekenhuis gaan en z’n eigen intake ondertekenen wist ‘ie bijvoorbeeld niets meer.
Hij onderging meer dan 30 zogenaamde Electro Convulsie Therapieën (ECT), een zeer zware en belastende methode om de hersenen een soort van te ‘resetten’.
40 is sowieso het maximum dat er gegeven wordt, zo mocht ik begrijpen.
Ik had van een bevriende anesthesioloog al eens begrepen dat ze zo’n ECT alleen in zeer uiterste gevallen toepassen bij diep depressieve mensen bij wie niks anders meer werkt.
De aandoening heet catatonie en Eric had de zwaarste van 5 varianten, zo wist ‘ie te melden, letale catatonie.
Een zoekactie op Wikipedia maakte snel duidelijk dat het om een zeer ernstige aandoening gaat, een soort – mijn woorden – shock met als gevolg een werkelijk complete kortsluiting van de hersenen, waarbij het geheugen volledig op tilt gaat en ook lichaamsfuncties uitvallen. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Catatonie)
Je komt ook uit bij ‘Awakenings’, de film met Robin Williams en Robert de Niro, op basis van het boek van de meesterlijke Oliver Sacks. (https://en.wikipedia.org/wiki/Awakenings)
Dat gaat over ‘slaapzieke’ patiënten die met het medicijn L-Dopa uit hun catatoniese staat gehaald werden.
Toen ik Eric de eerste keer sprak was hij volledig coherent en vertelde bijzonder openhartig over het proces waar ‘ie op dat moment in zat, inclusief het enorme drama dat zijn ziekte en periode van niet ‘wakker’ zijn voor z’n gezin was.
Hij had zich in die periode erg vreemd en niet ‘des Eric’s’ gedragen, en dat vond ‘ie erg pijnlijk en beschamend, uiteraard naar z’n vrouw en kinderen.
‘Maar ik weet er dus niks meer van, deed het écht niet express en kon er ook echt niks aan doen’.
Hij was erg hoopvol over z’n herstel dat ook volgens de dokters ongekend positief verliep, zeker afgezet tegenover soortgelijke gevallen.
Op dat moment waren er nog intense therapieën, zware medicijnen en moest hij erg veel rusten, en aankomen want hij was enorm afgevallen.
Hij zat in Haarlem op een afdeling voor zeer zwaar depressieve mensen, niet zijn ‘soort’, maar het kon even niet anders.
Zijn leven moest deels over een andere boeg waarbij er minder stress zou zijn en er meer tijd voor muziek moest gaan komen.
Hij had erg veel gelezen over de aandoening en het mocht nooit, nooit, nooit meer zover komen.
Muziek was de beste therapie, zoveel werd weer eens duidelijk.
Het was op een eigenaardige manier een soort van gezellig zelfs.
Eric was ‘opener’ dan ik hem ooit had meegemaakt en verzegelde z’n appreciatie voor mijn bezoek steeds met echte ‘hugs’, ook iets wat nooit was voorgekomen.
Het bleef altijd bij stoere ‘high fives’ en welgemeend schouderkloppen.
Ik was erg ontdaan toen ik die eerste keer van Haarlem weer naar huis fietste, het was enorm aangrijpend om hem zo mager te horen en zien vertellen over het noodlot dat hem en zeker ook ‘hun’ getroffen had.
Van het optreden in Volkel wist ‘ie trouwens helemaal niets meer “Toen had ik het dus al”.

Maar hij herstelde verder en ging weer wat meer hooi op z’n vork nemen.
De bedoeling bleef meer spelen en minder bezig zijn met verloon zaken.
Zwager en zus hadden het bedrijf al ter hand genomen voor de alledaagse operatie, hij zou iets meer aan de zijlijn gaan opereren, meer adviserend.
Vooral ook ging het hem om de rust en het vertrouwen in z’n relatie en gezin herstellen.
Het abnormale gedrag en zijn volledig ongrijpbaar ziek zijn was immers voor iedereen een ’shock’ geweest, niet in de laatste plaats voor z’n vrouw.
Maar toch wel weer veel hooi op die vork, schnabbelen, ‘klassiek’ studeren en concerten organiseren…
Er kwam een paar maanden terug een genadeloze terugval, samenhangend met depressiviteit.
Niets hielp nog, geen medicijnen en ook die Electro Convulsie Therapieën niet.
Je hoort het allemaal als leek aan en grijpt in het duister voor wat betreft inzicht in wat er zich allemaal afspeelde in zijn hoofd.
En dan was er iets meer dan een maand geleden het punt dat hij nooit meer de oude zou worden.
Morfine opvoeren.

De uitvaart in Haarlem Noord was druk, erg druk, en er werd gespeecht en gespeeld.
Mooi gespeeld, uit het hart en dus ingrijpend gesproken, ook door z’n vrouw.
Natuurlijk waren er heel veel andere bekenden, al dan niet oude….
Ik had zowaar een van onze leukste en belangrijkste opdrachtgeefsters – een dame op stand en leeftijd – huilend in m’n armen.
We speelden 2 jaar terug op haar bruiloft.
De nazit in een mooie tent op het Zandvoortse strand was prima.
Ook daar weer live muziek, jammen, witte wijn, ik niet trouwens.
Prachtig weer, Eric kwam graag aan het strand.
Er waren ook veel vrienden van de 2 kinderen, erg mooi om te zien.
Ik heb die dag alles op m’n racefietsje gedaan, net als de bezoekjes in het ziekenhuis en bij hun thuis.
Voelde als een soort voltooien, je moet wat.
Ik denk elke dag aan Eric en hoor ‘m nog steeds praten.
Nog maar 2 jaar geleden onderzochten we serieus of we écht constructief en strategisch konden gaan samen werken om meer optredens vóór én mét ‘the right guys’ te zoeken.
Diverse koppen koffie en veel ouwehoeren, specialiteit van beiden.

Zolang iemand nog resoneert in je hoofd en in de gesprekken met anderen, is ‘ie er nog.
Maar ook weer niet, want dood is dood.
We zullen elkaar nooit meer zien en dat doet pijn.
Maar dan, wat een drama voor z’n vrouw, kinderen, beste vrienden en directe familie.
Het leven is soms zo meedogenloos, ik weet het al langer.
Niks mis met ouder worden, in sommige opzichten erg prettig zelfs.
Ik heb het gevoel dat ik nog beter kan doorgronden dat met name ook het goede nieuws niet vanzelfsprekend is.
Dat maakt genieten intenser.
Maar ‘ongewenste bijvangst’ is het vaker moeten meemaken van de dood van mensen met wie je leeft, leefde, om wie je geeft, gaf, die om jou geven, gaven.
Vriend Kees M., 74 inmiddels, zei ooit “Ja Meneer de Rijk, de dood went nooit”.
Dapper doorstappen maar weer en de mooie mensen die nu ‘in a better place’ zijn zo snel mogelijk met een glimlach gedenken.
Eric is/was er daar een van.

De foto is in 2015 gemaakt op een heerlijke avond in een jazzclub in Brabant.
V.l.n.r. Eric, Jean Louis van Dam, André Vrolijk en ik.

Ziedut Zitte…

‘Ziedut Zitte’, Facebook bericht van maart 2016…

Ik zit even in een paar dagen zonder ‘zware agenda’ en kan dus wat freewheelen.
Dat betekent dat er onmiddellijk weer bonnen bij elkaar gezocht moeten worden, betalingen gecheckt, achterstallige communicatie opgepikt, zooi opgeruimd, oude aantekeningen bekeken of ‘alles’ nog op schema ligt, nieuwe plannen uitgewerkt en zo gaat het maar door….
De nieuwe website moet een keer de lucht in. #gaatgebeuren
Voor je het weet verkloot je een enorme boel tijd op fb e.d. en gebeurt er weinig constructiefs, of helemaal niks.
Ik heb een zeer natuurlijke neiging om bij het weglopen van druk ook onmiddellijk improductief te worden, en ik ben zeker niet de enige.
Ik moet dan denken aan wat er gebeurt als je ineens een hartaanval krijgt, of dat er iets anders vreselijks met je gebeurt, en dat je dan als laatste activiteit je bonnen bij elkaar zat te zoeken i.p.v. iets leuks te doen of gewoon lekker te lummelen.
Ook ben ik dan weer doordrongen van het eigen bedachte beginsel dat ‘nergens geschreven staat dat het leven efficiënt moet zijn, dat het moet renderen’.
Er zijn zoveel voorbeelden waarin renderen voorop staat en het tegendeel plaats vindt.
Het levert vooral stresskippen op, en plofkippen….
Dat hele gelul over efficiency, in het bedrijfsleven, woning corporaties, ziekenhuizen, thuiszorg, universiteiten, probleemfamilie hulpclubs, wetgeving, de politiek zelf… afijn de maatschappij als zodanig….
Het is voor velen door ons burgers zelf doorbetaalde bezigheidstherapie waar we als die zelfde burgers vervolgens weer geen reet mee opschieten.
We barsten van de mafkezen die allemaal maar grip op allerlei zaken willen hebben en volledig doorschieten in het gebrek aan besef van belang dat ‘breed kijken’ en daar echt tijd voor nemen vaak veel meer oplevert.
Maar goed, zeker met fb is het simpel: hoe meer drukte je veroorzaakt hoe meer je terug krijgt.
Wat dat aangaat is het een mooie metafoor voor het leven als zodanig.
Ik luister nu via de oude Nakamichi naar het prachtige stuk ‘Esperanza’ op een cassette waarop het hele concert staat dat ik met het Metropole, Vince Mendoza en Yellowjackets deed in 1996.
Ik hoor bij de afkondiging in het Tuinpaviljoen nog nét dat na ons Larry Coryell, Andy Summers en Trilok Gurtu spelen.
Ik was op zoek naar een cassette waarop Will Kennedy aan Hugo Pinksterboer uitleg geeft over de vraag of ‘ie het naar z’n zin had met me tijdens het concert.
Met cassettes is het inmiddels echt link geworden want ze zijn in principe ‘op’, breken, lopen vast, zijn gewoon verrot na al die jaren.
Ook daar ligt een metafoor….
Ik ben blij dat deze het nog deed en niet brak. #Willissuperpositief
Inmiddels knalt Zawinul’s ‘Vienna Nights, Live at Joe Zawinul’s Birdland’ weer door de speakers en is het in mijn ‘Percussion Today Home studio’ een nog grotere bende dan normaal – en da’s niet gering – omdat ik probeer wat op te ruimen tussen het zoeken naar specifieke cassettes door.
Mensen zijn verzamelaars, en wie wat bewaart heeft wat.
Je komt nogal wat tegen uit het muzikale verleden. #kijkmaareensgoed
Kwam bijvoorbeeld ook nog singletjes tegen waar ik op speel.
‘Dance Around The World’, en ‘Zwart Wit’ (voegen zich, aaneen, aaneen, aaneen!).
En zelfs eentje waarop ik lead op gezongen heb, in onvervalst Brabants, West Brabants….
Het is het B kantje van het Roosendaals carnavals lied uit 1976 ‘Ziedut Zitte’, 40 jaar terug alweer.
Nog immer een belangrijke vraag….
Maar ik ben in ieder geval lekker aan het klootviolen, en heb er toch nog een aantal constructieve mails uitgeknald.
Net als tijdens het huiswerk op de Havo gaat dat qua concentratie prima samen met Joe, als ‘ie volle bak tekeer gaat.
Buiten is het kutweer, net als 50 jaar geleden toen Jeroen Bosch ook in Den Bosch was. #HeavyWeather
Tijd voor de 2e set boterhammen vandaag, of toch een Cup A soepje.
Prima maatje ook, Cup A.

ziedut-zitte

Buiten is het koud, binnen ook…

17-12-18

Buiten is het koud, binnen ook.
De kachel is nog niet aan.
Ik was rond 10 u wakker, redelijk normale tijd.
Vast stramien, de plee op en de social media checken, en OK, ook het nieuws, oh ja, en ook de mail.
Opstaan terwijl het nog niet echt hoeft?
Nee!
Oude truck is dan plat op rug gaan liggen, oogjes toe, rustig en heel diep ademhalen en dan ‘bewust’ afwachten of er diepere inzichten dan wel hyper intelligente en vooral orginele gedachtes opdoemen uit het plaatselijk beruchte ram disk bloemkooltje, tevens bekend als ‘het brein’.
Geen moer…..
Dan over links draaien en een wegzakker van jewelste beleven waarin heel raar gedroomd wordt.
Daarnet bijvoorbeeld over staand bij de kassa in een parfumerie in m’n broek poepen.
Het was gelukkig maar een droom, en die zijn nogal eens bedrog.
Daar weten Marco B. en de stoere jongens achter zijn failliete Entertainment Group alles van.
Naast me onder hetzelfde dekbed is er een semi comateuze Netflix situatie gaande die hopelijk tot diepere ontspanning leidt, bij J dus.
Zappa zei het zo mooi: I am a human being, I need to be entertained.
Zojuist even de muziekjes voor straks op een rijtje gezet in de iPad waarop ik nu type.
Ik ga met aardige mensen Zaandam ietwat helpen in kerstsfeer te komen, in de Kapiteinshut.
Nu eerst kachel aan en koffie drinken, boterhammetje, sneetje kerststol, royaal besmeerd met ‘Bewust’ boter….. groot glas water met multi vitamines tabletje d’rin, voor een weerstand waar ze het nog lang over zullen hebben.
Massada live in de Q-Factory resoneert nog na van gisteravond…. Minum Sageru, Minum Sageru, Minum Sageru sampai…… (Sageru, Sageru, Sageru drinken tot…..)
We dronken ooit echte Sageru, lokaal gestookt zwaar spul, in Suli, op het eiland Ambon.
Iedereen drinkt uit hetzelfde glas ter versterking van het gemeenschapsgevoel.
Hier in Mokum Oost ligt sneeuw, voor het eerst dit jaar….
#vandiedingen

Het Wilhelmus?…

 27-04-2018…

Ik lees de krant.
Er schuifelen 2 arische baardhipsters aarzelend langs onze border, hand op de rits van hun gulp.
Eentje ziet mij door een gat in de struiken.
Ik knik ‘NEE’.
‘Shit’ lees ik lip en ze lopen weer door.

De verjaarfuif rondom onze volwassen Prins Pils is dus weer begonnen.
Als iemand een zwarte smoking strik ‘voor weinig’ op de vrijmarkt tegen komt….. Ik hou me aanbevolen.
Die van mij raakte onlangs zoek, die van gisteren was geleend.
Overigens heb ik voor het eerst in mijn 40 jaar op een podium het Wilhelmus gespeeld, voor geld en mannen in ‘de houding in uniform met strepen’, geflankeerd door vrouwspersonen in galajurken.
Speciale gasten een klein en eveneens geüniformeerd clubje Yanken.
Allemaal aan de Oranjebitter. #zijlieverdan……
Overigens leuke mensen om voor te spelen, de catering was verpletterend.
Toen we binnen kwamen zei onze contactpersoon meteen ‘Jullie weten toch wel dat je na het welkomswoord het Wilhelmus moet spelen hé?’.
Ik keek hem aan alsof ik helemaal niet wist waarover hij het had.
‘Het Wilhelmus?’. #moetikwetenwatdatis? #altijdevendehumorcheck
Hij ‘Ha ha, dat komt wel goed dus!’.
Deed me denken aan de typische muzikanten anekdote over de dronken trompettist die ooit ‘Zie ginds komt de stoomboot’ inzette toen de mama van onze huidige vorst op een vergelijkbaar avondje binnen kwam. #fluitevenmee
Ik snap inmiddels ook dat sommige geledingen binnen defensie om meer geld vragen voor bijvoorbeeld communicatie apparatuur, alhoewel ik blij ben dat ze in ieder geval echt wel wat over hebben voor goede catering en topmuzikanten. #weetjewel

Zojuist werden de hipsters opgepikt door vrienden met bootje.
Jogster jogt langs, headphones on, helemaal onafhankelijk.
Eentje roept keihard ‘Hey Jill, Jill, Ji-ill!!’.
‘Oh hiiiiiiiii! Wow! Are you guys here for Kingsday? Oh wow, that’s so awesome!!!!’. #likmu…..
We hebben er met de buurt voor moeten knokken, maar wat ben ik blij dat we geen zogenaamde E-Harbor voor de deur hebben gekregen.

De eerste disco beuk boten met oranje mongolen komen langs, handjes en biertjes in de lucht.
Het is half 1, s’middags.
Maar goed, een zwarte James Bond strik dus.
Ik hou me aanbevolen en apprecieer dat we in vrijheid leven.

P1120055Volkel_proostweb

Bij het overlijden van Jan Mouthaan…

05-03-2018…

Afgelopen vrijdag gonst nog na…. het hele weekend al.

Ik was weer eens in Roosendaal, de plaats waar ik tot m’n 19e gewoond heb.
Het ging om een uitvaart.
Dit keer was de noodlottige beurt aan Jan Mouthaan, vader van m’n oude vriendjes Frenk en zus Brenda.
Geboren in Semarang in 1941 en in Holland vanaf z’n 15e, stierf hij onlangs aan een acute hartstilstand in zijn huis in een Roosendaalse buitenwijk.
Jan werd aan het eind van de middag gevonden door z’n schoondochter die de hond kwam halen of brengen, dat weet ik niet meer.
Z’n nasi goreng en loempiaatjes stonden klaar op het aanrecht, hij was niet bezig met (bijna) dood gaan.

Hoe vaak ik daar in mijn puberteit onwaarschijnlijk lekker heb gegeten kan ik me niet herinneren, maar het is heel vaak geweest.
En dan ook nog regelmatig bij oma Mouthaan, Jan’s moeder.
In principe was het elke vrijdag raak, en dan ook meteen met een hele ‘gang’.
Daarna gingen we op stap, de disco in en soms ook nog na sluiten van die disco naar Antwerpen.
Frenk had altijd al een auto, en een boel van die andere gasten ook, ik niet.
Eten deed ik trouwens ook om de haverklap bij diverse andere families waar ik op de een of andere manier met grote bek en al welkom was rond etenstijd.
Niet zelden ging er nog een tupperware bak vol heerlijks mee naar huis, voor vader/moeder en vanaf m’n 17e voor mezelf.
Ik woonde immers al zelfstandig vanaf die mooie leeftijd; een heel ander verhaal.
Zoals bij alle Indische/Molukse mensen is gastvrijheid iets van een heel eigen orde.
Weg zonder eten is lastig…. zit niet echt in ‘het systeem’.

Wat hebben mensen zoals Jan, maar ook m’n schoonvader, ooms en tantes van mijn meisje en de ouders van al die Indische/Molukse vrienden en familie toch moeten doormaken om in het na-oorlogse Nederland een waardige eigen plek te verwerven?
Wat is je identiteit en wat voor emotioneel, psychische krachten worden er relatief jong in je leven op je los gelaten in een compleet vreemde wereld?
Indo’s bijvoorbeeld werden ‘daar’ gepest en hier goeddeels smerig aangekeken, zoals we nu nog steeds doen met ‘vreemdelingen’, inmiddels deels aangemoedigd door wat zich politici noemt.

Jan was 15 toen ‘ie met z’n 1 jaar oudere broer ‘vooruit’ gestuurd werd vanuit Indonesië.
De rest van het gezin zou later komen.
Je bent dus 15 en wordt gelanceerd in een totaal onbekende wereld, komend uit Indonesië dat nauwelijks is bekomen van een oorlog c.q. een strijd om onafhankelijkheid.
Je hebt gehoord dat het er koud is en vraagt je af hoeveel blouses je over elkaar aan moet trekken om warm te blijven.
Je hebt het nog nooit koud gehad.
Je hebt geen besef dat de ‘witten’ uit Indonesië zijn niet representatief voor de ‘witten’ in Nederland.
Je komt terecht in een of ander pension, tussen wildvreemden.
Je hebt geen idee wat de toekomst gaat brengen maar bent wel alvast begonnen met een door het werk aan de Birma spoorlijn getraumatiseerde vader, eentje die uiteindelijk ook nog kort na aankomst sterft in dat koude land.
Je moeder is een jonge weduwe.
Je hebt nauwelijks mentaal gereedschap meegekregen om in een vertrouwde omgeving prettig door je jeugd te komen, laat staan in een compleet vreemde wereld, de zogenaamd westerse beschaving.

Waar is de flexibiliteit vandaan gekomen om ‘een of andere draad’ op te pikken?
Waar is de wilskracht vandaan gekomen om een hard werkend tolerant mens te worden, eentje die ambitieuze verantwoordelijkheden oppakt voor zichzelf en ook nog voor een eigen gezin, familie en een ‘gemeenschap’?

Die hele generatie is zwaar getest, en weer anders dan de generatie van mijn directe familie die immers vlak voor of in de oorlog zijn geboren, dan wel er jong volwassen en ‘gezin’ in geweest zijn.
‘Laat nooit iemand je vertellen dat het vroeger beter was’ zei ooit m’n opa tegen mij.
Mijn generatie en die erna zullen hopelijk nooit hoeven voelen wat het is om in zoveel onduidelijkheid en onzekerheid te moeten leven, en om zoveel traumatiserende ellende en destructie te moeten doorstaan.
Inderdaad, zoals nu weer mensen in Syrië en elders.
Dat je ‘blij’ mag zijn dat je het hebt overleefd.
Indo’s en andere ‘bruinen’ hebben dan na achterlaten van hun vertrouwde omgeving en cultuur ook nog even met een heel andere wereld te maken, een wereld met compleet andere omgangsvormen bijvoorbeeld.
Niet alleen de temperatuur buiten, maar ook de temperatuur in de alledaagse omgang is onvergelijkbaar anders.

Jan dronk veel, rookte heel veel, werkte heel hard en lang, sowieso tot z’n 69e.
Grote bek, groot hart, heel groot hart.
Z’n eerste huwelijk – uit de tijd dat ik er veel overhuis kwam – liep stuk.
Zoals bij al m’n vriendjes dacht ik dat het bij hun thuis allemaal wél in balans en ‘gezellig’ was, in tegenstelling tot bij mij thuis.
Later kom je er achter – in zekere zin gelukkig – dat het bijna overal gedoe was/is.

Jan’s tweede huwelijk eindigde met het overlijden van z’n vrouw Roos, na 23 jaar samenzijn.
Hij runde in die 70-er jaren ook nog ’Fun’, een zaalvoetbalclub voor de lokale Indische/Molukse pubers.
‘Hollandse jongens’ waren ook gewoon welkom.
Ik heb enorm gevoetbald in m’n jonge jeugd, ook in clubverband, maar heb het nooit tot Fun gered.
Waarschijnlijk was ik mede door angst voor blessures niet goed genoeg, en zeker niet fanatiek genoeg.
Die gasten gingen er altijd volle bak in, en bij ‘gedoe’ behoorde een matpartij zeer wel tot de mogelijkheden.
Ik was en ben bang om te vechten, deze gasten niet, een deel kreeg thuis ook nogal eens klappen.

Zoonlief, mijn vriend, was als puber niet overdreven ambitieus om er op het gebied van scholing echt álles uit te persen, dus het was thuis een doorgaande battle met een pa die minimaal ‘karakter’ verwachte.
Dochterlief was – en is nog steeds – een knapperd en had niet echt gebrek aan aandacht van de jongens, ook iets waar je je als een beetje vader al gauw druk over maakt.
Mijn schoonvader en ik weten er alles van.

Jan werkte, en werkte, en werkte, op booreilanden, ‘plants’ in den verre, fabrieken, uiteindelijk altijd op contractbasis  en in een leidende rol.
Een paar jaar geleden was er groot medisch leed, eerst een herseninfarct en later een 5 dubbele bypass (open) hartoperatie.
Vrijdag al kreeg ik uit diverse hoeken te horen dat hij de laatste tijd in een veel betere conditie was dan een paar jaar daarvoor.
Menigeen dacht dat ‘ie die fase sowieso niet zou overleven.
Eigenlijk waren de laatste jaren bonusjaren, zo werd beredeneerd, jaren waarin hij o.a. kon genieten van simpelweg opa zijn.

De uitvaart was enorm druk, het crematorium zat gewoon bomvol.
De enig nog levende broer, z’n 2 kinderen en een kleinkind spraken, uit hun hart.
De andere 2 broers zijn niet ouder geworden dan een stukje in de vijftig.
Er was muziek, uiteraard Indo rock, Emmylou Harris…… ‘C’est La Vie’…..
In ieder geval is hem het eindeloze gesleur langs revalidatiecentra, verzorgings-, en ziekenhuizen bespaard gebleven, tot in ieder geval de geruststelling van z’n kinderen en directe familie.
Ik zag en sprak een eindeloze groep lieve mensen uit mijn jeugd en puberteit.
Mensen die zelf ook al opa’s, oma’s, ouders, broers, zussen, ooms, tantes en zelfs eigen kinderen hebben verloren.
‘Jij kent ons niet meer’ zei een oude grijze pinda die met een andere grijze pinda stond te praten.
Zeker 25/30 jaar niet gezien, maar ik noemde ze alle twee uit stand bij hun voornaam, gelukkig raak.
Die kans is bij mij sowieso niet heel groot, maar ik ben toch ook al bijna 37 jaar weg daar.
Ze hebben kennelijk indruk gemaakt, al waren ze toen veel jonger waren dan ik nu.
Standaard vraag: ‘Hoe is het in de muziek?’.
En anders: ‘Hoe is het met Julia?’ of: ‘Hoe is het in Amsterdam?’.

Na de koffie met cake kwam er een uitgedund gezelschap naar het huis van Jan.
Bord nasi met kip, komkommer, kroepoek en sambal.
De huiskamer was nog helemaal ‘Jan’, goeddeels in Indische sferen, een fruitmand, schilderijen, foto’s, een computer….
Ik maakte nog een praatje met deze en gene, had zus/dochterlief nog even in m’n armen, sloeg het bier af en ging na de nasi maar weer op Mokum aan.
Er was ijzel en sneeuw voorspeld.
Nog even een piesen, op een wc die ik zo’n 40 jaar geleden regelmatig bezocht heb.
De tegeltjes met levenswijsheden kwamen me bekend voor.
Er stonden 6 volle flessen met water – botol cebok – , naar goede Indische traditie, klaar voor het afspoelen van het achterwerk na ‘number one’.
In de nog bomvolle huiskamer klonk het gezellig en rumoerig.
Ik liep de lichte sneeuw in en er beklom me een bevreemdend gevoel bij het besef dat het later die avond in de huiskamer leeg en koud zou zijn.

Jan had een lijfspreuk, bij voor-, én tegenspoed: ‘C’est la vie’.

10-10-1991, bij het overlijden van m’n schoonmoeder…

10-10-1991

Vandaag precies 25 jaar geleden overleed de mama van mijn meisje, m’n schoonmoeder dus.
Er was nog maar een aantal weken daarvoor duidelijk geworden dat ze klachten had, serieuze klachten.
Bezoek aan de huisarts had haar een verwijzing naar een fysiotherapeut opgeleverd.
Ze had o.a. last van haar rug.
En ze slikte middelen tegen obstipatie, naar later bleek al een hele tijd.
Het bleek kanker, darmkanker.
Vanaf die diagnose is ze het zware medische traject in gegaan.
Er werd een kijkoperatie gedaan om te zien in hoeverre er verklevingen dan wel uitzaaiingen waren.
Die waren er zozeer dat er eigenlijk onmiddellijk besloten werd haar niet ‘echt’ te gaan opereren.
Weghalen van de tumor(en) was niet meer mogelijk vanwege de verklevingen.
We konden niets anders doen dan ons realiseren dat ze aan deze kanker zou overlijden, dat ze niet ‘oud’ zou worden.
Op verzoek van m’n schoonvader was ik bij de gesprekken met de specialist.
Ik praat nu eenmaal makkelijker dan hij en durf makkelijker lastige vragen te stellen, zo had hij geconcludeerd.
Hij had gelijk.
De specialist gaf ons weinig hoop na die kijkoperatie.
Er kwamen bij de gesprekken wat medische termen uit die ik kon verifiëren met m’n vriend Paul die anesthesist is en dit soort situaties heel goed kent.
Ook hij bevestigde het slechte, fatale nieuws.
Het was duidelijk dat ze nog maar een paar maanden had, of weken.
Inderdaad ging het vanaf een bepaald moment vreselijk snel.
Morfine werd belangrijk spul.
Het werden al gauw dagen, uren…..
Ik heb 2 dagen voor haar overlijden gezien hoe ze zich overgaf aan de dominee die aan haar ziekenhuisbed op z’n Moluks met/voor haar aan het bidden was.
Als niet gelovige was het wonderlijk en zeer indrukwekkend om te zien met hoeveel overgave dat ging.
Ze was werkelijk ergens anders toen de man op het hoogtepunt van z’n preek was, ik zag het in haar ogen.
Het werd me toen volstrekt duidelijk dat het geloof werkt voor wie gelooft.
Een dag later hebben we, uiteraard schoonpa, z’n 4 kinderen en uiteindelijk ook ik, één op één met haar gesproken.
Ze gaf aan me als volwaardig familielid te zien en vroeg me een steentje bij te (blijven) dragen aan de samenhang van de familie.
De volgende ochtend is ze overleden in het ziekenhuis.
Op het moment dat ze ‘verzorgd’ werd door o.a. m’n meisje stond ik met het toen 14 jarige zusje onder m’n arm van een afstandje te kijken.
‘Ma’ had al aangegeven wat ze in de kist wilde dragen.
Ze had nog nog meer aangeven, o.a. dat ik op de eerste rij in de kerk mocht zitten.
We hebben haar op een waardige manier kunnen begraven, na uiteraard de gewoontes zoals die gelden binnen de Molukse gemeenschap c.q. kerk te hebben eerbiedigd.
Er zijn nog een heleboel details die me nog zeer helder voor de geest staan.
Inderdaad kan ik daar een boek over schrijven, of toch tenminste een hoofdstuk van een boek.
Heel wat taferelen hebben zich afgespeeld, zowel binnen de ‘extended family’ zélf als op het gebied van het kerkelijke.
Er was schoonheid en er was ego, er was spijt, overtuiging, liefde, geduld, wijsheid en troost, en er was eten en drinken voor iedereen.
Gelukkig is de directe familie nog steeds één en hebben we onlangs de 80e verjaardag van (schoon) pa met elkaar kunnen vieren.
Ook in mijn leven speelt de overleden moeder na die 25 jaar nog steeds een rol, al is het alleen al omdat ik samen leef met haar mooie oudste kind, haar oudste dochter.
Een deel van het karakter komt terug, de – inderdaad Moluks – felle maar zeker ook de mooie kanten van dat karakter.
Ze was onvermoeibaar zorgzaam en trots op haar kinderen.
Bovendien had ze zich na een hersenbloeding op nog maar 35 jarige leeftijd, na tijdenlang half verlamd te zijn geweest, terug gevochten naar een bijna volledig fysiek herstel.
Vermoedelijk helpt het ons dat ik de sfeer binnen het gezin en de energie van m’n schoonmoeder nog goed voor de geest kan halen.
Ik ben dankbaar dat ik haar een kleine 10 jaar mee heb mogen maken, het was een bijzonder mens.
We begonnen in 1982 met een hoop tumult en opwinding, ze was immers bang dat haar dochter in de handen van een idioot was gevallen, of dat die dochter zélf idioot was geworden.
Ze was bang omdat haar oudste kind stilaan liever elders was dan thuis.
Ik was qua tumult en opwinding wel wat gewend maar bedacht me pas later dat dochterlief pas 17-18 was toen het allemaal begon en wat dat voor haar als moeder, die zelf opgroeide in een kazerne in Bandung, betekend moet hebben.
Toen wij van eigen gespaard geld naar Indonesië op vakantie gingen was het haar voorgoed duidelijk; dochterlief deed het goed, met een jongeman die het uiteindelijk ook redelijk bleek te doen.
We hebben een aantal prima jaren beleefd, sinterklaas, kerst, nieuwjaar, verjaardagen, Molukse hoogtijdagen enzo meer…
Zo herinner ik me de sidi – belijdenis voor de Molukse kerk – van m’n lieve en mooie schoonbroers nog goed.
Mijn meisje heeft op gezette tijden nog steeds pijn van het verlies, we komen een aantal keer per jaar op de begraafplaats.
Vandaag is het alweer 25 jaar geleden dat ze ons moest verlaten.
We zijn nu ongeveer even oud als zij was op dat moment.

kaarsen

Piet Keizer, Johan Cruijff en Jan van Beveren

Piet Keizer, Johan Cruijff, Jan van Beveren en een vriend die promoveert.

Dit is het verhaal wat ik vertelde aan mijn ex oom en zeer goede vriend Adri bij zijn op sportmanagement promoveren in 2010.

Op donderdag 4 maart 2010 fietste ik in Amsterdam Zuid-Oost wég van ‘De Toekomst’, op zich al een wonderlijke situatie.
In mijn schoudertas zaten 2 zwart-wit foto’s.
Eigenlijk hoefde ik er maar een, maar Piet Keizer had even tevoren gezegd: ‘Je mag er van mij ook 2 uitkiezen, dat maakt me niet uit’.
Hij had bij binnenkomst een grote envelop bij zich en daar zaten 4 foto’s in, allemaal oud en allemaal zwart-wit.
Ik bedankte beleefd en zei dat ‘ie me al meer dan gelukkig had gemaakt, maar toen ‘ie het nog een keer herhaalde dacht ik; Ja, dikke lul, die kans laat ik mij niet ontgaan, temeer daar er eentje bij zat waar ook een jonge Johan Cruijff op stond, met een jonge Piet die toekeek of er nog iets voor hem over zou blijven na de actie van Cruijff ten overstaan van Jan van Beveren.
– ‘Als die man dan toch zo’n fanaat is, loop dan maar effe mee naar m’n auto, daar heb ik nog wel een Piet Keizer boek legge’.
– ‘Nou meneer Keizer, wat fantastisch. Hier doe ik ‘m echt een enorm plezier mee’.
– ‘Ja, ach ja, je had wel een leuk verhaal’.
Ondertussen stelde hij aan de tafel waaraan we zaten nog 2 mannen teleur omdat hij niet gekeken bleek te hebben naar de DVD die ze speciaal voor hem gebrand hadden.
‘Nee, ik heb niet gekeken, dat is aan mij allemaal niet besteed’.
Ze kregen de andere 2 (duidelijk mindere) foto’s, ‘Neem maar mee, dan ben ik er vanaf’.
We liepen over het met 4-wheel drive Mercedessen en snelle Audi’s gevulde parkeer terrrein naar zijn Peugeotje 206.
Uit het dashboardkastje kwam ook nog Het Piet Keizer Boek.
Ik zag dat hij een afgedragen Cartier ‘Pascha’ horloge droeg, en sprak de hoop uit dat we elkaar misschien nog wel eens in ons café in de Jordaan zouden treffen.
Voor de kenners, maar ook voor de niet kenners: ‘Het Papeneiland’ ook bekend als ‘Tiel’, vanwege 3 generaties Tiel als voornaam.
Daar had ik hem in de loop der jaren nog wel eens in de hoek zien staan na de zaterdagmarkt op de Lindengracht.
Een tikkie verslonst, afgetrapte bootschoenen, lange regenjas, tijdje niet bij de stomerij geweest, en ook niet bij de tandarts……
‘Ja, daar sprak ik dan met Cor Coster af, dat vond ik wel gezellig, maar ja, die ist’r niet meer’.
Over sportmanagement gesproken; de beroemde schoonvader Cor zei een keer tegen mijn Julia over mij: ‘Hij mot eigenlijk een keer ’n klappertje maken, maar ja, dat ken niet in die business van hem natuurlijk’.

Ik liep na onze rende vous naar m’n fiets buiten het hek van De Toekomst.
Piet draaide van het parkeer terrein af, en keek niet meer op of om, laat staan dat ‘ie nog even zwaaide.
Dit was hoe dan ook veel meer dan waar ik op gehoopt had, niet één, maar twee orginele en gesigneerde foto’s uit de persoonlijke collectie van de enige echte Piet Keizer, foto’s uit de glorietijd van Ajax, eind zestiger, begin zeventiger jaren.
En ook nog Het Piet Keizer Boek!
Meer kado voor Adri dan ik kon bedenken.

Want wat ging ik de doctor in sportmanagement geven?
Toen het promoveer nieuws bekend werd wist ik al meteen; een gesigneerde foto van Piet Keizer, dát zou mooi zijn.
Ik kan me als jongetje van 8/9/10 jaar oud nog de levendige discussies herinneren over de grootsheid van Piet, ook nog afgezet tegen Johan.
Adri nam graag het voortouw, licht provocerend: ‘Leuk hoor, die Cruijff, maar Piet Keizer is toch écht van een andere orde’.

‘Autist 1e klas’, zei kroegbaas en mijn maatje Tiel meteen toen ik ‘m vroeg of hij een idee had hoe ik Piet te pakken zou kunnen krijgen.
‘En ik herken ze uit duizenden!’, zie hij er nog achteraan.
Zijn zoon, kleine Tiel, is autistisch.
Maar Tiel had geen idee hoe bij Piet in de buurt te komen….
Ik heb nog wat mensen gepolst, maar het bericht kwam steeds op hetzelfde neer.
Piet Keizer zit goed verstopt, is een tikkie mensenschuw, die heb je niet zomaar te pakken.
Uiteindelijk kwam een bevriende aannemer, met wie ik al een aantal keer naar Ajax ben geweest, op het idee om het aan Piet de Graaf van Elsa’s Cafe te vragen.
Déze Piet organiseert trips naar de thuiswedstrijden vanuit z’n cafe in de Watergraafsmeer, met een echte dubbeldekker, en da’s niet dom want dan gaat het meteen over indrinken én weer uitdrinken na de wedstrijd.
Ik had er van deze Piet nog een tegoed want hij had een keer een doos CD’s van ons zoekgemaakt, en pas 2 jaar later weer terug gevonden, maar goed.
Hij zei: ‘Laat mij even gaan, ik bel je terug’.
3 dagen later belde hij met 2 nummers van Piet keizer, een 020 nr en een GSM nr., verkregen via Ton Tielenburg, bestuurslid van Ajax.
‘Maar’, had dhr. Tielenburg meegegeven, ‘Laat die man die nummers een beetje voor z’n eigen houwen want Piet houdt niet zo van gedoe rondom zijn persoon’.

Ik op een maandagmorgen het 020 nummer bellen, tikkie nerveus eigenlijk, gebeurt me niet gauw.
Niets…. er wordt niet opgenomen en er kan geen voicemail ingesproken worden.
Dan het GSM nummer, ook niets…. ook geen voicemail.
Kut, dan over een paar uur nog maar eens proberen, of een dag later.
20 minuten later gaat de telefoon en ik denk ‘Oh jee’ dat zou ‘m kunnen zijn want er wordt op de huistelefoon nauwelijks nog gebeld.
‘Met Jeroen de Rijk, goedemorgen!’ (zeg ik normaal nooit): ‘Ja, met Keizer spreekt u, ik zag dat er gebeld was’.
Ik vraag om een minuutje en begin meteen uit te leggen hoe ik aan z’n nummers ben gekomen en dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over z’n privacy.
En ik vervolg meteen met dat ik ‘m eigenlijk een gunst wil vragen, een aardigheidje, met een leuk verhaal erbij, maar niettemin een gunst.
Het gaat om een van m’n beste en oudste maten die doctor in het sportmanagement gaat worden op z’n 63e, en dat hij vroeger m’n lievelingsoom was en Piet Keizer adept en…….’.
‘Ja, eh, maar eh, ik ben eigenlijk in gesprek, kan u over een half uur effe terug bellen?’.
Kut!, denk ik, ik lul teveel, maar ik zeg meteen: ‘Oh, ja natuurlijk, prima, geen probleem. Ik bel u later’.
Zweet op m’n voorhoofd.
35 minuten later (een soort van gecalculeerd) belde ik weer.
– ‘Met Keizer’. ‘Ja, meneer Keizer, met Jeroen de Rijk nog een keer, ik belde u daarnet’.
– ‘Ja, ik snap het, maar ik ben nog in gesprek. Ik ben nogal een beetje traag, maar eh… wat voor foto moet dat zijn dan? En waar gebeurt dat allemaal?’.
– ‘Nou, het liefst een actiefoto uit de tijd dat u nog voetbalde, een actie-foto uit de vroege jaren, zwart-wit.
Misschien kan ik het via het Ajax secretariaat of het Ajax museum regelen.
Misschien wilt u die dan even tekenen voor m’n maat.
Enne, het gebeurt in Groningen, maar daar hoeft u niet heen of zo hoor.
Dat wil ik helemaal niet van u vragen’.
– ‘Wanneer wil je dat doen?’.
– ‘Dat maakt niet zoveel uit want het is pas eind maart’.
– ‘Ja ja, ik snap het, nou eh, dat komt wel goed.
Ik heb nog wel wat legge en ik wil toch eerdaags ‘ns wat gaan opruimen.
Het gaat de komende dagen niet lukken want ik moet een paar keer weg.
Bel me eind van de week nog een keer, dan spreken we wat af’.

Er volgden nog een zestal telefoongesprekken met daarin een paar typische momenten:
Op 26 februari, dat was de 4e X, Piet ging me terugbellen: ‘Want ik heb nou toch je nummer in m’n telefoon?’.
Piet belde niet terug, maar ik hem dus wél weer na een paar dagen.
Wéér vroeg ‘ie me een week later terug te bellen.

Op 02 maart, de 5e X.
– ‘Met Piet.’
– ‘Ja, meneer Keizer, met Jeroen de Rijk, van de foto met handtekening, zeg maar’.
– ‘Ja, dat weet ik. Bel me morgenvroeg, dan weet ik waar en wanneer ik je treffen kan’.
– ‘Goed, ik bel u om 10 uur’.
– ‘In orde’.
En daar kwam zowaar een vertrouwd ‘Doehoeg’, achteraan.

03 maart, 10 uur, de 6e X.
– ‘Je bent netjes op tijd. Maar luister, ik ben morgen vanaf 11 u op De Toekomst. Dat weet je wel te vinden hé?
Als ze je niet binnen willen laten dan bel je me maar. Soms zijn ze een beetje lastig daar’.
– ‘Goed, dan zeg ik wel dat ik een afspraak met Meneer Keizer heb, en dan bel ik u ter plekke’.

En zo fietste ik op 4 maart De Toekomst tegemoet, én er 10 minuten later weer vandaan.

Johan, Piet en Jan in actie

Johan, Piet en Jan in actie