Categorie archief: Muziek leven

Wat je zoal meemaakt in de wonderlijke wereld van de (professionele) muziek.

Eenzaam…

02-03-20…
Daarnet uitzending gemist bekeken van ‘Kijken In De Ziel’ van Coen Verbraak, interviews met toptrainers in dit geval, van een aantal jaar terug, dat wel.
Sowieso erg interessante TV, die reeks interviews van Coen, wat mij betreft dan. (Maar even niemand voor het hoofd stoten zo aan het begin van de week, vorige week al genoeg beleefd)
Militairen, psychologen, ondernemers, rechters en nog wel meer kwam aan bod in zijn reeks, TV waarbij het tempo een beetje in bedwang gehouden wordt.
Toptrainers dus, in het voetbal wel te verstaan; Van Gaal, Van Marwijk, Hiddink, De Haan, Van Hanegem, Adriaansen, Beenhakker…
Bij het onderdeel ‘eenzaamheid binnen je beroep’ kwam ik ineens bij mezelf uit.
Alleen Hiddink ervoer het niet als eenzaam.
In hoeverre is ons/mijn beroep, ZZP’r, free lancer, ‘loodgieter in de eredivisie’ – persoonlijke omschrijving die ik regelmatig hanteer om te omschrijven dat ik mij zie als een ambachtsman – eenzaam?
Ook in het licht van de vorige post kom ik onmiddellijk uit bij het voor mij persoonlijk enorme belang van oude vriendschappen hebben, die van vóór ‘de muziek’, dus van vóór dat ik 15/16 jaar was en het roer godzijdank al omging naar ‘de muziek’.
Vanaf ongeveer die tijd konden school en andere zaken als sport me steeds minder boeien.
Geld ging naar trommels – eerst naar een ‘normaal’ drumstel trouwens – en niet naar brommers, ook toen al dure merkkleding en zaken als cola tik in de discos.
Gewoon bier drinken is er overigens aardig ingesleten vanaf die tijd.
Dromen van optreden in Paradiso, daar kwam het op neer.
Iets met je stoer voelen terwijl je geen idee hebt wat het allemaal impliceert.
Ik had en heb vriendschappen van voor de trommeltijd.
Overigens ben ik enig kind, dus geen organische broeder/zuster band.
En ja, er is er maar één met wie ik al iets van 38 jaar dagelijks mag meemaken wat onvoorwaardelijke liefde is. #umag1keerraden
Inmiddels ken ik ongeveer 1159 muzikanten, artiesten, managers, techneuten, directeuren, secretaresses, make-up mensen, fotografen, roadies, security mensen, A&R types, instrumenten handelaars, fabrikanten, cateraars, taxi chauffeurs en allerlei andere belangwekkende persoonlijkheden die ‘the so called music business’ zo enerverend maken, en dat in binnen-, én buitenland.
En da’s los van alle ‘zogenaamde vrienden’ binnen ons alles FB, Insta etc..
Met hoeveel van die ongeveer 1159 mensen heb ik dan door de afgelopen 40 jaar een wezenlijk persoonlijke band?
Eentje waarbij nooit een andere agenda bestaat dan elkaars welzijn, met nog steeds muziek als startpunt in elkaars levenswandel.
Je voelt het komen, ze zijn op één hand te tellen.
Met een beetje fantasie twéé handen.
Het slechte nieuws?
Vluchtige en opportune wereld, dubbele agendas, domme dan wel naïeve romantici die toevallig alleen hun eigen doel voor ogen hebben, schijnoprechtheid, geldgedoe, sowieso regelmatig zielige tarieven, slecht eten en nog zo wat.
Het goede nieuws?
Heel veel geweldige muziek, interessante types, super intense momenten, veel humor, onalledaagse intelligentie (al dan niet coherent), heerlijk eten, veel van de wereld zien, en veel collegiale vriendschappen als je eenmaal weer eens samenwerkt.
Prachtig om met relatief veel super getalenteerde fanaten, op het manische af, te maken te hebben zonder dat je ‘last’ van ze hebt.
Ik ben veel mensen veel dank verschuldigd.
Er zijn er een paar die daadwerkelijk wel eens voor me opgestaan zijn, zoals ik hoop dat ook wel eens gedaan te hebben.
‘Je doet niet snel een diepte investering door goed te zijn voor mensen’ zei eens een collega terecht.
Een paar types hoef ik niet echt meer zien, en voor een enkeling werk ik alleen als er vooruit betaald wordt (dus nooit meer).
Waar ik ook wel content mee ben is het besef, dik 10 jaar rustig binnen gezwommen, dat ik hoe dan ook muzikant ben, trommelaap, of ik nou wel of niet speel.
Dus (niet spelende) muzikant woont samen, zit op racefiets, in kroeg, kijkt naar VPRO, of voetbal, loopt door Jumbo voor dagelijkse boodschappen, ergert zich aan het nodige, doet boekhouding, ruimt vaatwasser uit, veegt dagelijks z’n hol af…. dat werk.
Al die tijd is het een alledaags mens die muzikant is, en niks anders.
En dat musiceren zélf – ja, het mooiste wat er is – komt heus wel weer.
Het is het geluk hebben intrinsiek gemotiveerd te zijn, van binnen uit moeiteloos gemotiveerd, echt mazzel.
Ik trek ook graag op met muzikanten bij je ouwehoerend helemaal vergeet hoe goed ze zijn op hun instrument, ken er gelukkig een boel.
Dan hoef je het er ook niet steeds over te hebben.
Het is een beetje als omgaan met diep gelovige mensen – en dat gebeurt ook – zonder dat dat diepe geloof er af spat.
Als je het voor jezelf doorvoeld weet kun je weer gewoon door, met alles en iedereen.
Zonder de ‘no matter what people’ buiten de muziek had ik zomaar ergens verward om me heen kunnen zitten kijken, eenzaam, en zonder de bankrekening van een toptrainer.
Met de ‘no matter what people’ binnen de muziek wil ik nog graag een tijdje door, op podium, in studio of gewoon in de kroeg.
Sowieso interesseert het met ‘ja/nee in een goede zone zitten’ me steeds meer, waar dan ook, wel of geen muziek in de buurt.
Dat zit in de sfeer van ‘Het is vandaag maandag, niet meer en niet minder, voor alles en iedereen, stroomt er energie of stagneert ‘ie?’.
Uiteindelijk ben ik nog nooit iemand tegen gekomen bij wie het leven precies is gegaan zoals hij/zij dacht, bij mij zeker ook niet, dus probeer ik maar goed in de gaten te houden of ik – even soort evolutie theorie, ‘we zijn apen met een overspannen verwachtingspatroon’ – op een goede tak in het juiste deel van het bos zit, in de buurt van het goede fruit.
Goede vriend van buiten de muziek zei eens ‘Je moet er eigenlijk voor zorgen dat het toevallig goed gaat’.
Dat ging letterlijk over het inrichten van een zeer complexe IT-omgeving, zijn business, maar ik vind het sowieso wel een aardige gedachte om een beetje mee te stoeien.
De foto is van een molen in Delft waar ik vrijdag laat langs liep om m’n auto na dat heerlijke optreden voor studenten met Palestijnse zangeres op te halen uit een ‘vrij parkeren zone’.
Het leven is al duur genoeg.
Het iPhonetje stond op B&W, kennelijk.
Tot zover de maandagavond in Amsterdam Oost.
IMG_5665Molen_Delftweb

Steve Boston, mentor…

Vandaag is zijn verjaardag.
Hij zou 84 jaar oud zijn geworden.
Op 2 weken na is 2 jaar geleden meester (hand) drummer Steve Boston gestorven.
Toen al wist ik dat ik iets ter nagedachtenis zou gaan schrijven.
Het kwam er niet van, in het begin vooral omdat het me te zeer emotioneerde.
Later vanuit het besef dat het er écht wel een keer van zou komen.
Nu dus.

Steve is een van de allerbelangrijkste mensen in mijn leven als het gaat om de ontwikkeling als muzikant en vooral ook als mens.
Meester drummer John Engels, gelukkig nog bij ons, is een andere man die bepalend is geweest in het zelfde kader.
Maar van Steve leerde ik ook nog de basispatronen voor congas, bongos en timbales, in 3 lessen om precies te zijn.
En ook hoe hoe m’n handen te gebruiken, oftewel m’n basistechniek.

Van m’n 17e t/m 19e paste ik in Roosendaal op de bungalow van Jack van Poll, welgesteld zakenman en hoog niveau amateur jazz pianist die naar België was verhuisd na de verkoop van z’n bedrijven.
Hij speelde regelmatig met ‘de groten’ waaronder voornoemde John Engels, maar ook Toots Thielemans bijvoorbeeld.
Ik ging heel vaak mee om z’n piano te sjouwen en ontmoette zo al jong ‘groten’.
Voor een lokaal 2 daags jazz festival – 40 jaar geleden – werd ‘ene’ Steve Boston uitgenodigd als gastsolist.
Ik kende hem niet en dacht dat het om een Amerikaan ging.
Het bleek een Surinamer uit Almere te zijn.
Jack had bedacht dat het voor mij, maar ook voor Steve, een goed idee zou zijn als hij dat weekend bij mij in de bungalow zou logeren.
Aangezien Steve met de trein ging komen heb ik ‘m gebeld om aan te bieden dat hij op mijn nét aangeschafte super profi congas mocht spelen.
Dit ter voorkomen van gezeul met die loodzware dingen.
En toen wist ik nog niet eens dat Steve de magerste man zou zijn én blijven die ik ooit persoonlijk gekend heb.
Hij maakte er dankbaar gebruik van.

Ik had van jeugdidool Nippy Noya al geleerd hoe je hét basisritme voor congas – ‘tumbao’ – moest spelen, nog vóór ik zelf congas had.
Dus had ik die 8 slagenwisselingen al op m’n knieën ingestudeerd, zonder ‘sound’.
Eenmaal in het bezit van echte congas ben ik maniakaal gaan meppen op die dingen, met blaren en pijn als gevolg.
Steve nam me meteen onder handen, letterlijk, en heeft er daardoor voor gezorgd dat ik al 40 jaar lang met een goede – al zeg ik het zelf – techniek speel zonder dat m’n handen kapot zijn gegaan.
Vanaf die dag heeft Steve me letterlijk onder zijn hoede genomen.
Ik kwam al regelmatig in Amsterdam en ben nog 2 keer naar Almere gegaan voor vervolg lessen, bongos en timbales.
Daar leerde ik z’n vrouw – ‘Zeeuws Meisje’ – Gonny en dochters Joyce en Sylvia kennen, en ook Steve’s moeder en andere familie leden.
Er was ook nog een zoon, ook Steve, bij een andere vrouw, maar die heb ik pas veel later leren kennen.
Er kwam ongevraagd advies:
’Luister neef, je bent een sterke fanatieke jongen met een hele grote mond.
Als je echt verder wil als percussionist zul je naar Amsterdam moeten gaan, maar dan kom je in een heel andere wereld terecht en zullen bepaalde mensen, waaronder een deel van mijn donkere broeders, je niet mogen.
Die zullen jouw persoonlijkheid niet trekken.
Maar trek je daar niets van aan, doe je eigen ‘ding’’.
Dat dus tegen een 17 jarige…. geen idee waar hij het over had, tot een paar jaar later….

Op m’n 19e ging ik, iedereen in vertwijfeling achter latend.
In hoeveel sloten zou ik terecht komen met die grote mond?
In welk deel van het muzikanten riool zou ik stranden?
We bleven onregelmatig met elkaar in contact waarbij de bezoekjes aan Almere altijd gepaard gingen met ‘home cooked soul food’ van de eerste Surinaamse orde.
Ik sprak van ’roti from heaven’, hij moest er om lachen.
Altijd waren er de verhalen over ‘zijn tijd’ als muzikant, en letterlijk ook als ‘exoot’, donkere man in een witte wereld.
Van discriminatie had hij geen last, althans daar getuigde hij naar mij toe niet van.
‘Weet je neef, je kent het gezegde: met de hoed in de hand komt men door het ganse land’.
Altijd waren er super dunne zelf gerolde shaggies.
Altijd was er support.
‘Neef, je hebt jezelf nu op de kaart gespeeld, blijf in je eigen baan, laat je niet gek maken’.
Ik had al snel verkering met mijn Julia.
‘Molukse vrouwen zijn heel lief neef, en ze koken heerlijk, maar maak ze niet boos’.
‘Als het ooit mis gaat, weet dan neef, je bent hier altijd welkom, er staat voor jou altijd een bed klaar’.
Altijd ging het over vissen – liefst in de gierende kou op zee – en jagen.
‘Zorg dat je goed vlees hebt, dan ga je de kracht van dat beest over nemen’.
Altijd werd er geïnformeerd naar m’n vader én moeder, en naar Julia, voor wie er altijd ‘1000 zoentjes’ waren, ook bij ingesproken voicemail berichten.
Maar ook was er een maagzweer, naar eigen zeggen vanwege de drugsproblematiek waarmee een van z’n kinderen van doen had.
Gelukkig is ze voor z’n overlijden clean geworden, hetgeen voor ieders zielenrust goed is.

Het werk nam voor hem af, ook omdat er een nieuwe generatie was die kansen kreeg en pakte.
Ik ben er zelf een voorbeeld van.
Gelukkig heeft hij een baan aan het conservatorium gekregen.
Eindeloos vaak heb ik van allerlei muzikanten, ook niet percussionisten, gehoord wat een geweldige man hij was.
Altijd weer dat support en die positiviteit.
Hij kreeg een vreselijk brommer ongeluk door in de polder, verblind door het groot licht van een auto, tegen een lantaarnpaal te rijden.
Verbrijzelde schouder, maanden revalideren, niet meer kunnen spelen, en al helemaal niet op volle kracht.
Het was ook mentaal een enorme klap, geen trommelaar meer kunnen zijn.
Een bezoek aan hem in het ziekenhuis was ontluisterend, diep droevig.
Maar na een aantal maanden en eenmaal thuis:
‘Weet je neef, ik heb geleerd, van die Chinezen, dat je dat ding moet omarmen, er niet tegen vechten’. (Alsof ik wist welke Chinezen hij bedoelde)
Hij ging Tai Chi doen voor z’n balans.
Ooit liet hij me zien hoe bedreven hij er in was en sloeg me bijna een gebroken neus, maar dat terzijde.
Ik zei graag eens met ‘m naar Suriname te gaan.
Hij had niet veel behoefte om naar z’n moederland terug te gaan.
Wel is ‘ie met meester trommelaar Ponda O’Bryan naar West Afrika geweest om een trommel zomerkamp te bezoeken.
Van Gonny was ‘ie vanaf een bepaald punt gescheiden, maar ze onderhielden goed contact.
Helaas is zij relatief jong in dementie en daardoor in een instelling terecht gekomen.

Voor z’n 75e verjaardag heeft percussionist Jaime Rodriquez, ook een ‘discipel’, een geweldige surprise party voor Steve georganiseerd in het Bimhuis.
Hij was door z’n kinderen met een smoes naar Amsterdam gelokt en liep een bomvolle zaal in, de man die nooit aandacht voor zichzelf had opgeëist.
We hebben allemaal spelend een persoonlijke ode aan hem gebracht en afgesloten met een gezamenlijk slagwerk spektakel.
Het heeft hem tot tranen toe geroerd.

In de afgelopen jaren ben ik ook een aantal keer met andere percussionisten naar hem toe gegaan.
Hij vond de aandacht geweldig en hield niet op met verhalen vertellen.
Graag liet hij nog eens zien en horen hoe je ‘rumba’ speelt.
Ook ben ik nog eens mee geweest naar het ziekenhuis omdat hij iets aan z’n oog had.
Geweldig om te zien hoe hij steeds ‘de leukste patient van die dag’ wilde zijn voor het personeel.
‘Weet je neef, die mensen hebben een heel zwaar beroep’.

Ja, hij werd ouder, kwam in/rond 2014 een aantal keer met ernstige maag/darmproblemen in het ziekenhuis terecht, onderging zware operaties, was een paar keer op het randje, woonde een tijd lang bij dochter Joyce in om te herstellen.
Toen ik hem daar eens opzocht liep ‘ie vanwege z’n kouwelijkheid op Uggs, nogal een apart gezicht, die broodmagere beentjes in van die grote met bont omrande sloffen.
Hoe kon de magerste man van Nederland toch nog afvallen?
Uiteindelijk kon ‘ie weer terug naar z’n eigen huis aan het Middenhof 189.
Het was het 2e onderkomen in Almere waar hij als een van de eerste 100 bewoners was gaan wonen.

‘Alsjeblief neef, kom wat vaker langs. Weet je, ik ga er niet lang meer zijn’.
Maar ook lachend ’Ach neef, ik ben gewoon een versleten oude bosneger’.
Hij wilde het liefst dat ik een hele dag zou blijven, hetgeen er nou eenmaal niet steeds in zat.
Hoe dan ook werd er gegeten en eten mee naar huis genomen.
‘De volgende keer, neef, gril ik een olifant voor je en mag je pas weg als ‘ie op is’.
Had ik vaker naar ‘m toe moeten gaan, langer moeten blijven?
Ik sprak 2 jaar geleden op deze dag z’n voicemail in met het voornemen ‘m snel weer te zien.
2 weken later is ‘ie overleden zonder dat ik ‘m nog gezien heb.

Hij zag op tegen de dood.
Een hersenbloeding werd ‘m fataal, waarschijnlijk heeft ‘ie er weinig tot niks van meegekregen, zo mochten we begrijpen.
We hebben bij z’n uitvaart met z’n allen voor ‘m getrommeld in de aula van Westgaarde.
Hij lag er in z’n kist ‘relaxed’ bij, een mooi pak aan.
Eervol dat de foto op z’n kist er eentje was die ik gemaakt heb.

Ik denk dat hij trots was op mij en alle andere ’succesvolle’ percussionisten die hij onvoorwaardelijk en eindeloos heeft geholpen en gesteund.
En natuurlijk ook op z’n lieve kinderen die ‘m in de laatste fase met liefde hebben kunnen omgeven.
Ik hoor nog steeds z’n donkere stem, z’n Surinaamse accent.
Nog steeds voel ik hem, en alles wat ‘ie gegeven heeft.
Ook 2 jaar later emotioneert het wéér als ik aan hem denk of, zoals nu, over hem schrijf.
Gisteren nog maar heb ik aan een aantal mensen bij een winkeldemonstratie weer eens uitgelegd hoe je een tumbao speelt, Steve’s tumbao.

‘He’s in a better place now’ zeggen Boeddhisten dan.
Onvergetelijk mens, onze Steve.

Eric Timmermans…

Eric…

Vandaag precies een maand geleden overleed, zoals velen weten, bassist, ondernemer en maatje Eric Timmermans, veel te vroeg, veel te ziek.
Hij werd maar 60.
Ik wist toen al dat ik er iets over wilde schrijven.
Uiteindelijk heb ik zowel spelend als ‘in zaken’ vele jaren met Eric van doen gehad.
Altijd met veel plezier en altijd zeer constructief en bereidwillig.
Met z’n ‘You Name It’ bedrijf deed hij vanaf dag 1 alle verloningen voor mijn bedrijf Baileo Music Productions.
Ooit zag ik dat we van zo’n 200 muzikanten rekeningen hebben gekregen, waarvan een goed deel van hem vanwege de verloning die hij dan voor ze deed.
Dat moeten honderden, zo niet duizenden verloningen zijn geweest in ongeveer 21 jaar.
Ook hebben we talloze keren live gespeeld en in de studio gezeten.
Hij financierde mee aan 2 albums die op m’n label zijn verschenen.

Vorig jaar bezocht ik Eric 3 keer 1 op 1, in september, oktober en december.
De eerste 2 keer was het in het ziekenhuis in Haarlem, de laatste keer was het bij hem thuis.
We spraken elkaar een aantal keer telefonisch en we deden nog een paar optredens.
In april vorig jaar speelden we bijvoorbeeld op de Luchtmachtbasis in Volkel, voor de officieren, paspoort mee, door een slagboom, mannen in uniform, dames in gala en wij in smoking.
‘We’ is, naast Eric en ikzelf, Jean Louis van Dam en Rebecca Lobry.
Zoals vaker gingen we carpoolen en zoals vaker vroeg hij of ik in zijn bus wilde rijden.
Hij was moe vanwege allerlei vormen van drukte en vond het relaxed als ‘ie even niet scherp hoefde te zijn.
Het optreden ging goed en ook op de terugweg reed ik.
Hij vertelde toen dat het niet zo goed met hem ging maar dat het allemaal wel goed zou komen, en dat ‘ie het vooral zelf op moest lossen.
In ieder geval – zoals een aantal jaar ervoor – een burnout voorkomen.
Dat moest nooit meer gebeuren.

Niet veel later ging het mis en is ‘ie letterlijk omgevallen om in een onwaarschijnlijk diep dal terecht te komen, fysiek maar vooral ook geestelijk.
Toen ik Eric in september opzocht in het ziekenhuis in Haarlem was ‘ie nog maar kort daarvoor weer ‘wakker’ geworden na een hele tijd geen idee te hebben gehad van wat er allemaal gebeurd was.
Daarbij was hij z’n geheugen over die ‘niet wakkere’ periode ook volledig kwijt.
Hij wist helemaal niet wat er allemaal wel of niet gebeurd was, zat in een rolstoel vastgegespt in een 5 punts gordel omdat ‘ie simpelweg niet op z’n benen kon staan en anders om zou vallen.
Ook van het samen met z’n vrouw naar het ziekenhuis gaan en z’n eigen intake ondertekenen wist ‘ie bijvoorbeeld niets meer.
Hij onderging meer dan 30 zogenaamde Electro Convulsie Therapieën (ECT), een zeer zware en belastende methode om de hersenen een soort van te ‘resetten’.
40 is sowieso het maximum dat er gegeven wordt, zo mocht ik begrijpen.
Ik had van een bevriende anesthesioloog al eens begrepen dat ze zo’n ECT alleen in zeer uiterste gevallen toepassen bij diep depressieve mensen bij wie niks anders meer werkt.
De aandoening heet catatonie en Eric had de zwaarste van 5 varianten, zo wist ‘ie te melden, letale catatonie.
Een zoekactie op Wikipedia maakte snel duidelijk dat het om een zeer ernstige aandoening gaat, een soort – mijn woorden – shock met als gevolg een werkelijk complete kortsluiting van de hersenen, waarbij het geheugen volledig op tilt gaat en ook lichaamsfuncties uitvallen. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Catatonie)
Je komt ook uit bij ‘Awakenings’, de film met Robin Williams en Robert de Niro, op basis van het boek van de meesterlijke Oliver Sacks. (https://en.wikipedia.org/wiki/Awakenings)
Dat gaat over ‘slaapzieke’ patiënten die met het medicijn L-Dopa uit hun catatoniese staat gehaald werden.
Toen ik Eric de eerste keer sprak was hij volledig coherent en vertelde bijzonder openhartig over het proces waar ‘ie op dat moment in zat, inclusief het enorme drama dat zijn ziekte en periode van niet ‘wakker’ zijn voor z’n gezin was.
Hij had zich in die periode erg vreemd en niet ‘des Eric’s’ gedragen, en dat vond ‘ie erg pijnlijk en beschamend, uiteraard naar z’n vrouw en kinderen.
‘Maar ik weet er dus niks meer van, deed het écht niet express en kon er ook echt niks aan doen’.
Hij was erg hoopvol over z’n herstel dat ook volgens de dokters ongekend positief verliep, zeker afgezet tegenover soortgelijke gevallen.
Op dat moment waren er nog intense therapieën, zware medicijnen en moest hij erg veel rusten, en aankomen want hij was enorm afgevallen.
Hij zat in Haarlem op een afdeling voor zeer zwaar depressieve mensen, niet zijn ‘soort’, maar het kon even niet anders.
Zijn leven moest deels over een andere boeg waarbij er minder stress zou zijn en er meer tijd voor muziek moest gaan komen.
Hij had erg veel gelezen over de aandoening en het mocht nooit, nooit, nooit meer zover komen.
Muziek was de beste therapie, zoveel werd weer eens duidelijk.
Het was op een eigenaardige manier een soort van gezellig zelfs.
Eric was ‘opener’ dan ik hem ooit had meegemaakt en verzegelde z’n appreciatie voor mijn bezoek steeds met echte ‘hugs’, ook iets wat nooit was voorgekomen.
Het bleef altijd bij stoere ‘high fives’ en welgemeend schouderkloppen.
Ik was erg ontdaan toen ik die eerste keer van Haarlem weer naar huis fietste, het was enorm aangrijpend om hem zo mager te horen en zien vertellen over het noodlot dat hem en zeker ook ‘hun’ getroffen had.
Van het optreden in Volkel wist ‘ie trouwens helemaal niets meer “Toen had ik het dus al”.

Maar hij herstelde verder en ging weer wat meer hooi op z’n vork nemen.
De bedoeling bleef meer spelen en minder bezig zijn met verloon zaken.
Zwager en zus hadden het bedrijf al ter hand genomen voor de alledaagse operatie, hij zou iets meer aan de zijlijn gaan opereren, meer adviserend.
Vooral ook ging het hem om de rust en het vertrouwen in z’n relatie en gezin herstellen.
Het abnormale gedrag en zijn volledig ongrijpbaar ziek zijn was immers voor iedereen een ’shock’ geweest, niet in de laatste plaats voor z’n vrouw.
Maar toch wel weer veel hooi op die vork, schnabbelen, ‘klassiek’ studeren en concerten organiseren…
Er kwam een paar maanden terug een genadeloze terugval, samenhangend met depressiviteit.
Niets hielp nog, geen medicijnen en ook die Electro Convulsie Therapieën niet.
Je hoort het allemaal als leek aan en grijpt in het duister voor wat betreft inzicht in wat er zich allemaal afspeelde in zijn hoofd.
En dan was er iets meer dan een maand geleden het punt dat hij nooit meer de oude zou worden.
Morfine opvoeren.

De uitvaart in Haarlem Noord was druk, erg druk, en er werd gespeecht en gespeeld.
Mooi gespeeld, uit het hart en dus ingrijpend gesproken, ook door z’n vrouw.
Natuurlijk waren er heel veel andere bekenden, al dan niet oude….
Ik had zowaar een van onze leukste en belangrijkste opdrachtgeefsters – een dame op stand en leeftijd – huilend in m’n armen.
We speelden 2 jaar terug op haar bruiloft.
De nazit in een mooie tent op het Zandvoortse strand was prima.
Ook daar weer live muziek, jammen, witte wijn, ik niet trouwens.
Prachtig weer, Eric kwam graag aan het strand.
Er waren ook veel vrienden van de 2 kinderen, erg mooi om te zien.
Ik heb die dag alles op m’n racefietsje gedaan, net als de bezoekjes in het ziekenhuis en bij hun thuis.
Voelde als een soort voltooien, je moet wat.
Ik denk elke dag aan Eric en hoor ‘m nog steeds praten.
Nog maar 2 jaar geleden onderzochten we serieus of we écht constructief en strategisch konden gaan samen werken om meer optredens vóór én mét ‘the right guys’ te zoeken.
Diverse koppen koffie en veel ouwehoeren, specialiteit van beiden.

Zolang iemand nog resoneert in je hoofd en in de gesprekken met anderen, is ‘ie er nog.
Maar ook weer niet, want dood is dood.
We zullen elkaar nooit meer zien en dat doet pijn.
Maar dan, wat een drama voor z’n vrouw, kinderen, beste vrienden en directe familie.
Het leven is soms zo meedogenloos, ik weet het al langer.
Niks mis met ouder worden, in sommige opzichten erg prettig zelfs.
Ik heb het gevoel dat ik nog beter kan doorgronden dat met name ook het goede nieuws niet vanzelfsprekend is.
Dat maakt genieten intenser.
Maar ‘ongewenste bijvangst’ is het vaker moeten meemaken van de dood van mensen met wie je leeft, leefde, om wie je geeft, gaf, die om jou geven, gaven.
Vriend Kees M., 74 inmiddels, zei ooit “Ja Meneer de Rijk, de dood went nooit”.
Dapper doorstappen maar weer en de mooie mensen die nu ‘in a better place’ zijn zo snel mogelijk met een glimlach gedenken.
Eric is/was er daar een van.

De foto is in 2015 gemaakt op een heerlijke avond in een jazzclub in Brabant.
V.l.n.r. Eric, Jean Louis van Dam, André Vrolijk en ik.

Hotemetoten…

12-03-2019

Gisteravond de Buma Awards in Studio 21, Hilversum.
Mijn 2e keer, wederom in smoking en op uitnodiging van vriend en meesterlijk maker van opdracht-, en andere muziek Ivo Witteveen, van MOST___original soundtracks___audio post.

Zoals bekend verondersteld heb ik voor wat betreft de muziek een prima CV, maar een groot (verdienend) componist, platenbons, uitgever, promotor dan wel anderszins hotemetoot ben ik niet.
Gelukkig vind ik ‘trommelen, produceren, beetje componeren en regelen’ nog steeds erg leuk; klassiek gevalletje intrinsiek gemotiveerd.

Je dineert op deze Buma avond met de top van de Nederlandse artiesten, componisten, producers, studio bonzen, directeuren van belangenorganisaties en algemene zakenmetoten, de grote zakenjongens.
Om uit de losse percussiepols een paar zakenmetoten te noemen: J vd Ende, L Ramakers, J Smeets, T Berk.

Er worden belangwekkende awards in allerlei categorieën uitgereikt die het (eigen)belang van de industrie onderstrepen.
De ene hotemetoot prijst de ander.
Je moet zelf de slingers ophangen.

Sommigen hotemetoten zijn leuk; J van Koningsbruggen die Guus Meeuwis toesprak bijvoorbeeld.
Ooit een ‘Draadstaal’ album genaamd ‘Jurk’ voor deze naamgenoot ingespeeld en in 2015 ‘The Passion’ mee beleefd in Enschede.
Ook Guus nog wel eens live begeleid in Tros radio combo, inderdaad ‘Kedeng Kedeng’.

Andere hotemetoten horen zichzelf toch iets te graag praten met een microfoon voor de mond.
Veel is legendarisch, toch zeker voor de hotemetoten zelf.
Er is gelukkig ook oprechte ontroering, vooral bij winnaars die het nooit hadden gedacht en in de minder (met geld) beladen categorieën.

Ik ontmoet nieuwe mensen en kom nogal wat bekenden tegen en ook ooit bekenden.
Met de een schud je opgewekt de hand, met de ander is er een hug, en ook zomaar een geanimeerd gesprek.

Zeker ook zijn er mensen, zonder uitzondering hotemetoten, al dan niet BN-rs, aan wie ik in de afgelopen ± 37 jaar al talloze keren ben voorgesteld en die je straal voorbij lopen.
De gelegenheden omtrent kennismaking zijn studios, meetings bij platenmaatschappijen, vergaderingen van belangenorganisaties zoals Sena, events, backstage, afterparties, repetities, soms ook óp podia zoals Ahoy bij een concertreeks, TV shows, radio promos, catering ruimtes, golfbanen etc..

Namen noem ik hier niet, maar het zijn wel altijd dezelfden.
Ze hebben een feilloos gevoel voor waar het rendement zit, waar ze hun belang(en) kunnen bestendigen, waar de knaken te halen en/of te verdelen vallen.
Ik heb een erg leuke avond gehad, prima gegeten en een aantal erg aardige mensen gesproken, waaronder ook hotemetoten en een verdwaalde BN’er, en uiteraard Ivo.

Ik ambieer niet elke week zo’n Hollywood op z’n Hollands event, zal niet snel door alle homemoten op de schouder geslagen worden, bij de muur van roem staande gehouden worden door (roddel)fotografen, maar ik ben er volgend jaar graag weer bij, zeker als het weer op een maandagavond is.

Ziedut Zitte…

‘Ziedut Zitte’, Facebook bericht van maart 2016…

Ik zit even in een paar dagen zonder ‘zware agenda’ en kan dus wat freewheelen.
Dat betekent dat er onmiddellijk weer bonnen bij elkaar gezocht moeten worden, betalingen gecheckt, achterstallige communicatie opgepikt, zooi opgeruimd, oude aantekeningen bekeken of ‘alles’ nog op schema ligt, nieuwe plannen uitgewerkt en zo gaat het maar door….
De nieuwe website moet een keer de lucht in. #gaatgebeuren
Voor je het weet verkloot je een enorme boel tijd op fb e.d. en gebeurt er weinig constructiefs, of helemaal niks.
Ik heb een zeer natuurlijke neiging om bij het weglopen van druk ook onmiddellijk improductief te worden, en ik ben zeker niet de enige.
Ik moet dan denken aan wat er gebeurt als je ineens een hartaanval krijgt, of dat er iets anders vreselijks met je gebeurt, en dat je dan als laatste activiteit je bonnen bij elkaar zat te zoeken i.p.v. iets leuks te doen of gewoon lekker te lummelen.
Ook ben ik dan weer doordrongen van het eigen bedachte beginsel dat ‘nergens geschreven staat dat het leven efficiënt moet zijn, dat het moet renderen’.
Er zijn zoveel voorbeelden waarin renderen voorop staat en het tegendeel plaats vindt.
Het levert vooral stresskippen op, en plofkippen….
Dat hele gelul over efficiency, in het bedrijfsleven, woning corporaties, ziekenhuizen, thuiszorg, universiteiten, probleemfamilie hulpclubs, wetgeving, de politiek zelf… afijn de maatschappij als zodanig….
Het is voor velen door ons burgers zelf doorbetaalde bezigheidstherapie waar we als die zelfde burgers vervolgens weer geen reet mee opschieten.
We barsten van de mafkezen die allemaal maar grip op allerlei zaken willen hebben en volledig doorschieten in het gebrek aan besef van belang dat ‘breed kijken’ en daar echt tijd voor nemen vaak veel meer oplevert.
Maar goed, zeker met fb is het simpel: hoe meer drukte je veroorzaakt hoe meer je terug krijgt.
Wat dat aangaat is het een mooie metafoor voor het leven als zodanig.
Ik luister nu via de oude Nakamichi naar het prachtige stuk ‘Esperanza’ op een cassette waarop het hele concert staat dat ik met het Metropole, Vince Mendoza en Yellowjackets deed in 1996.
Ik hoor bij de afkondiging in het Tuinpaviljoen nog nét dat na ons Larry Coryell, Andy Summers en Trilok Gurtu spelen.
Ik was op zoek naar een cassette waarop Will Kennedy aan Hugo Pinksterboer uitleg geeft over de vraag of ‘ie het naar z’n zin had met me tijdens het concert.
Met cassettes is het inmiddels echt link geworden want ze zijn in principe ‘op’, breken, lopen vast, zijn gewoon verrot na al die jaren.
Ook daar ligt een metafoor….
Ik ben blij dat deze het nog deed en niet brak. #Willissuperpositief
Inmiddels knalt Zawinul’s ‘Vienna Nights, Live at Joe Zawinul’s Birdland’ weer door de speakers en is het in mijn ‘Percussion Today Home studio’ een nog grotere bende dan normaal – en da’s niet gering – omdat ik probeer wat op te ruimen tussen het zoeken naar specifieke cassettes door.
Mensen zijn verzamelaars, en wie wat bewaart heeft wat.
Je komt nogal wat tegen uit het muzikale verleden. #kijkmaareensgoed
Kwam bijvoorbeeld ook nog singletjes tegen waar ik op speel.
‘Dance Around The World’, en ‘Zwart Wit’ (voegen zich, aaneen, aaneen, aaneen!).
En zelfs eentje waarop ik lead op gezongen heb, in onvervalst Brabants, West Brabants….
Het is het B kantje van het Roosendaals carnavals lied uit 1976 ‘Ziedut Zitte’, 40 jaar terug alweer.
Nog immer een belangrijke vraag….
Maar ik ben in ieder geval lekker aan het klootviolen, en heb er toch nog een aantal constructieve mails uitgeknald.
Net als tijdens het huiswerk op de Havo gaat dat qua concentratie prima samen met Joe, als ‘ie volle bak tekeer gaat.
Buiten is het kutweer, net als 50 jaar geleden toen Jeroen Bosch ook in Den Bosch was. #HeavyWeather
Tijd voor de 2e set boterhammen vandaag, of toch een Cup A soepje.
Prima maatje ook, Cup A.

ziedut-zitte

The Bodyguard…

05-12-2016

Gisteren was mijn leuke dame met haar leuke zus bij de Whitney Houston musical.
Dat brengt mij dan weer terug bij de diverse keren dat ik vanwege de nauwe banden met haar percussionist, de weledelgestrenge heer Bashiri Johnson, in haar nabijheid ben geweest, zowel hier als in NYC, Radio City Hall om precies te zijn.
Het moeten in totaal een showtje of 10 geweest zijn, aan weerszijden van de oceaan.
Je staat dan midden op het podium van (6X uitverkocht) Ahoy bij de soundchecks, maar ook bij het Thanksgiving diner dat ze voor haar hele crew gaf in het Amstel Hotel, ongeveer 120 man/vrouw inclusief aanhang.
Daar schudde ik behalve háár hand, ook die van een in trainings pak gestoken – flesje Heerlijk Helder in de knuist – Bobby Brown, en van haar griezelig mooie nichtjes en andere goed verzorgde types uit haar entourage.
Daar ook kukelde er een kalkoen van één van de vele dienbladen – boven de schouders gedragen door Witte Pieten in de chique dinerzaal – op het hoogpolig. #oooohaaah
Whitney zong er met haar familie, mét eveneens waanzinnig zangeres mama Cissy, a capella een gospel die nu nog door merg en been gaat als ik er aan terug denk. #Thanksgivingdus
Alle gasten waren ‘of color’ behalve de vrachtwagenchauffeurs, ik en de manager, een kleine NY’se man – modelletje Danny DeVito – met een volledig met grote diamanten bezette ring ter grote van een servetring om de pink.
Maar goed, Julia dus naar de Bodyguard gisteren, waarvan ik er veel om de toen nog scheurend mooie Whitney heb zien lopen.
Ik mocht op een gegeven moment overal mee naar binnen zonder double checks: ‘Hi Jerome, U cool today?’.
Met name de soundchecks maakten indruk. #jeblijftmuzikant
Daar konden de giganten, Ricky Minor, Paul Jackson, Kirk Whalum, Michael Baker, ‘Bash’ en anderen even helemaal los en dingen uitproberen.
Ik vroeg MD Ricky of hij enig idee had hoe rijk hun mooie baas zou moeten zijn.
‘This is not about being rich, she just points at things’.
Ze zong in Ahoy op een gegeven moment welgeteld 7-8 liedjes, precies het minimum dat op het contract stond, op de minuut af.
Daarin stond ook dat het in héél Ahoy, óveral in het gebouw, 27 graden celsius moest zijn.
Ze was wat verkouden, zo mochten we begrijpen.
Maar neem van mij aan dat de achtergrond zangeressen – 20 feet from stardom – ook een beetje (lead) konden zingen.
Afijn, mooie tijden, allemaal vóór het selfie tijdperk, op die ene met ‘Bash’ na, in Ahoy, ergens begin jaren ’90, ik met zijn bril op en met een origineel Dick Backbeat Baars t-shirt aan!
Maar lieve jongens en meisjes, die a capella gospel in het Amstel…..
#realpeoplerealmusic

jeroen_bashiri_ahoy

Uurtarieven…

Uurtarieven…

Een tijdje terug sprak ik tijdens een concertbezoek een aantal toffe collega’s, zangers, zangeressen, toetsenist, drummer, bassist, gitarist enzovoorts, een soort dwarsdoorsnede van 35 jaar in de NL muziek scene.
Mensen met wie ook ik stoere dingen heb gedaan in de afgelopen jaren, van studio opnames tot spelen in de HMH en aan de Cote d’Azur bijvoorbeeld.
Het was zo’n ‘Hé, wat doe jij hier? Wat leuk om je te zien, hoe is het met jou?’ situatie.
Bijna iedereen heeft het economisch (nog steeds) moeilijk na de crisis.
De werkzaamheden hangen vaak van los zand aan elkaar, bedragen – dat mooie woord ‘budget’ – zijn lager, artiesten c.q. werkgevers opportuun, om over managers en managements maar te zwijgen. #eenrichtingsverkeer
‘Artiesten’, soms zonder bewezen staat van dienst, krijgen getikte bedragen voor een paar liedjes of een show(tje), al dan niet playback, en moeten liefst van tevoren betaald worden.
Ik maakte onlangs nog mee dat ik (als regelneef) de rekening van de artiest al 5 weken voor het contractueel vast gelegde optreden binnen had liggen en er van hún kant gecanceld werd.
Dit kan dan vanwege een bepaling in hun contract.
Jij moet vooruit betalen om je betrouwbaarheid te garanderen – nog nooit heeft bij mij iemand zijn/haar geld niet gekregen – en zij kunnen er onderuit als er een aantrekkelijker situatie voorbij komt.
Het was de 2e keer dit jaar dat een artiest cancelde terwijl de deal al bezegeld was.
In een ander geval heb je qua tijd en energie voor meer geld verstookt dan wat de hele uitkoop zelf rechtvaardigt.
Tenminste als je de uurtarieven van een gemiddelde baliemedewerker bij een verzekeraar hanteert.
Ergens is het gek dat veel van ons free lance musici zo onzeker moeten zijn en zo karig betaald krijgen voor iets waar we heel hard voor gewerkt hebben en écht goed in zijn.
Iets waar we onze hele ziel en zaligheid in leggen met als gevolg dat veel mensen blij worden van onze prestaties.
Het is een soort duivels dilemma: je bloedt voor waar je voor leeft.
Wat ben ik blij dat ik blij wordt van muziek maken, altijd weer, ook na 35 jaar.
Ik voel simpelweg de opwaartse energie als het gebeurt, of het nou in m’n eentje (zoals vandaag) in m’n eigen studio is, of als het met een mooie club mensen op een podium is.
Je bent dan intrinsiek gemotiveerd, als ik het goed begrijp.
Wel is het belangrijk dat je speelt met goede en eveneens gemotiveerde muzikanten.
M’n meisje zei het 25 jaar geleden al eens treffend: Het staat bij jou eigenlijk altijd 1-0, je doet precies wat je wil en bent wat je doet. Weet je wel hoeveel mensen daar jaloers op zijn?’.
Da’s allemaal waar en mooi, en ik waardeer het ook, maar ondertussen is het op z’n zachtst gezegd wel ‘lekker’ dat zij een baan heeft terwijl ik in m’n eigen universum rond zweef en gelukkig regelmatig wat rake knaken uit de rest van het universum kan plukken, als bongo boy en/of regelneef.
Het zou mooi zijn als er weer een soort vliegwiel zou komen in de ‘omzet’, zoals voor de crisis.
Dat is ook wat ik eigenlijk van zo ongeveer iedereen terug kreeg die avond.
We vinden het allemaal (nog steeds) prachtig wat we doen, maar er is nauwelijks structuur in de facturabiliteit. #nieuwwoorddenkik
Ondertussen is er een hele generatie prima (doorgestudeerde) talenten die het nog niet eens ooit hebben meegemaakt dat je je brood gewoon goed kunt verdienen als ‘uitvoerend musicus’.
Ik blijf me vanwege de aantekening ‘musicus’ in m’n paspoort, zowel praktisch, qua mindset en levenswandel, een bevoorrecht mens voelen.
M’n ouders en ieder volwassen mens eromheen hielden 35 jaar geleden hun hart vast, en terecht, maar wat ben ik blij dat het zo gegaan is.
De buikpijn hoort er bij, en de piep in je oren kennelijk ook.
www.jeroenderijk.com

_dsc1058zonnenbloem_jeroen2web