Maandelijks archief: september 2019

Gore fijnroetstofcrimineel…

(Dit bericht is ‘praktisch’ achterhaald want auto op plaatje is reeds gekocht en rijdt vrolijk rond)

Als er nou niet heel snel iemand met een briljant voorstel komt voor een super toffe auto van minimaal het niveau op de foto, inclusief inruil van m’n Top Mercedes C220 CDI, dan koop ik deze.
Dat briljante voorstel mag komen vanuit medelijden dan wel bewondering voor alles waar ik voor sta, het maakt me geen reet uit.
Mooi dat ze ‘m alvast gepimpt hadden voor me, deze B Klasse benzinebak, daardoor is ‘ie al bijna van mij. (Geintje)
Op de oude zit nog anderhalf uur APK.
Verder is ‘ie klaar voor de volgende 200.000 km’s, maar ik word er uit gepest vanwege dieselschande.
Ik rij gemiddeld (!) bijna 1 op 20 en word continu voorbij geraasd door TestosterTeslas en andere geile toetoets die het milieu alleen maar vooruit helpen, zo lijkt het.
Ik denk namelijk snel maar handel en zéker rij over het algemeen langzaam, behalve als er getrommeld wordt dan. #jeweettoch
Electrisch is het heilige woord, de gospel van de energie neutrale vooruitgang.
Maar goed, ik ben dus een verwerpelijke ZZP-ende gore fijnroetstofcrimineel die in deze fase vele DUIZENDEN Euri’s achteruit gezet wordt vanwege het window dressing beleid van onze overheid, bestaand uit opportune fatsoenrakkers die voor hun eigen situatie helemaal niet over dit soort problemen, laat staan de financiële consequenties hoeven na te denken.
Aan het eind van de maand worden er steeds weer knaken in overvloed gestort, waarbij prima pensioenopbouw een vanzelfsprekende bijzaak is.
Ze hebben geen idee wat wij (free lance) musici meemaken, en tegen wat voor tarieven.
De elektrische wonderbakken worden meestal bestuurd door druk in (uiteraard ook) volledig energie neutrale witte bluetooth pijltjes lullende vooruithelpers van onze – laat me niet lachen – aarde, en taxi chauffeurs zonder stropdas.
Gelukkig wordt voor Schiphol gezocht naar manieren om méér én tegelijk ‘groener’ te gaan vliegen dus daar gaan wij en de bloemetjes/beestjes de milieu winst zeker nog van meemaken. #kissmyyouknowwhat
Om het verhaal rond te maken kan ik nog melden dat het feit dat ik me niet heb voortgeplant de meest energie neutrale situatie oplevert die voor te stellen is.
Na mijn zondvloed vervuil ik niks meer en kan de planeet in gebalanceerde energieneutraliteit vrolijk verder.
#hartelijkdankentotziensbeiUthois

Steve Boston, mentor…

Vandaag is zijn verjaardag.
Hij zou 84 jaar oud zijn geworden.
Op 2 weken na is 2 jaar geleden meester (hand) drummer Steve Boston gestorven.
Toen al wist ik dat ik iets ter nagedachtenis zou gaan schrijven.
Het kwam er niet van, in het begin vooral omdat het me te zeer emotioneerde.
Later vanuit het besef dat het er écht wel een keer van zou komen.
Nu dus.

Steve is een van de allerbelangrijkste mensen in mijn leven als het gaat om de ontwikkeling als muzikant en vooral ook als mens.
Meester drummer John Engels, gelukkig nog bij ons, is een andere man die bepalend is geweest in het zelfde kader.
Maar van Steve leerde ik ook nog de basispatronen voor congas, bongos en timbales, in 3 lessen om precies te zijn.
En ook hoe hoe m’n handen te gebruiken, oftewel m’n basistechniek.

Van m’n 17e t/m 19e paste ik in Roosendaal op de bungalow van Jack van Poll, welgesteld zakenman en hoog niveau amateur jazz pianist die naar België was verhuisd na de verkoop van z’n bedrijven.
Hij speelde regelmatig met ‘de groten’ waaronder voornoemde John Engels, maar ook Toots Thielemans bijvoorbeeld.
Ik ging heel vaak mee om z’n piano te sjouwen en ontmoette zo al jong ‘groten’.
Voor een lokaal 2 daags jazz festival – 40 jaar geleden – werd ‘ene’ Steve Boston uitgenodigd als gastsolist.
Ik kende hem niet en dacht dat het om een Amerikaan ging.
Het bleek een Surinamer uit Almere te zijn.
Jack had bedacht dat het voor mij, maar ook voor Steve, een goed idee zou zijn als hij dat weekend bij mij in de bungalow zou logeren.
Aangezien Steve met de trein ging komen heb ik ‘m gebeld om aan te bieden dat hij op mijn nét aangeschafte super profi congas mocht spelen.
Dit ter voorkomen van gezeul met die loodzware dingen.
En toen wist ik nog niet eens dat Steve de magerste man zou zijn én blijven die ik ooit persoonlijk gekend heb.
Hij maakte er dankbaar gebruik van.

Ik had van jeugdidool Nippy Noya al geleerd hoe je hét basisritme voor congas – ‘tumbao’ – moest spelen, nog vóór ik zelf congas had.
Dus had ik die 8 slagenwisselingen al op m’n knieën ingestudeerd, zonder ‘sound’.
Eenmaal in het bezit van echte congas ben ik maniakaal gaan meppen op die dingen, met blaren en pijn als gevolg.
Steve nam me meteen onder handen, letterlijk, en heeft er daardoor voor gezorgd dat ik al 40 jaar lang met een goede – al zeg ik het zelf – techniek speel zonder dat m’n handen kapot zijn gegaan.
Vanaf die dag heeft Steve me letterlijk onder zijn hoede genomen.
Ik kwam al regelmatig in Amsterdam en ben nog 2 keer naar Almere gegaan voor vervolg lessen, bongos en timbales.
Daar leerde ik z’n vrouw – ‘Zeeuws Meisje’ – Gonny en dochters Joyce en Sylvia kennen, en ook Steve’s moeder en andere familie leden.
Er was ook nog een zoon, ook Steve, bij een andere vrouw, maar die heb ik pas veel later leren kennen.
Er kwam ongevraagd advies:
’Luister neef, je bent een sterke fanatieke jongen met een hele grote mond.
Als je echt verder wil als percussionist zul je naar Amsterdam moeten gaan, maar dan kom je in een heel andere wereld terecht en zullen bepaalde mensen, waaronder een deel van mijn donkere broeders, je niet mogen.
Die zullen jouw persoonlijkheid niet trekken.
Maar trek je daar niets van aan, doe je eigen ‘ding’’.
Dat dus tegen een 17 jarige…. geen idee waar hij het over had, tot een paar jaar later….

Op m’n 19e ging ik, iedereen in vertwijfeling achter latend.
In hoeveel sloten zou ik terecht komen met die grote mond?
In welk deel van het muzikanten riool zou ik stranden?
We bleven onregelmatig met elkaar in contact waarbij de bezoekjes aan Almere altijd gepaard gingen met ‘home cooked soul food’ van de eerste Surinaamse orde.
Ik sprak van ’roti from heaven’, hij moest er om lachen.
Altijd waren er de verhalen over ‘zijn tijd’ als muzikant, en letterlijk ook als ‘exoot’, donkere man in een witte wereld.
Van discriminatie had hij geen last, althans daar getuigde hij naar mij toe niet van.
‘Weet je neef, je kent het gezegde: met de hoed in de hand komt men door het ganse land’.
Altijd waren er super dunne zelf gerolde shaggies.
Altijd was er support.
‘Neef, je hebt jezelf nu op de kaart gespeeld, blijf in je eigen baan, laat je niet gek maken’.
Ik had al snel verkering met mijn Julia.
‘Molukse vrouwen zijn heel lief neef, en ze koken heerlijk, maar maak ze niet boos’.
‘Als het ooit mis gaat, weet dan neef, je bent hier altijd welkom, er staat voor jou altijd een bed klaar’.
Altijd ging het over vissen – liefst in de gierende kou op zee – en jagen.
‘Zorg dat je goed vlees hebt, dan ga je de kracht van dat beest over nemen’.
Altijd werd er geïnformeerd naar m’n vader én moeder, en naar Julia, voor wie er altijd ‘1000 zoentjes’ waren, ook bij ingesproken voicemail berichten.
Maar ook was er een maagzweer, naar eigen zeggen vanwege de drugsproblematiek waarmee een van z’n kinderen van doen had.
Gelukkig is ze voor z’n overlijden clean geworden, hetgeen voor ieders zielenrust goed is.

Het werk nam voor hem af, ook omdat er een nieuwe generatie was die kansen kreeg en pakte.
Ik ben er zelf een voorbeeld van.
Gelukkig heeft hij een baan aan het conservatorium gekregen.
Eindeloos vaak heb ik van allerlei muzikanten, ook niet percussionisten, gehoord wat een geweldige man hij was.
Altijd weer dat support en die positiviteit.
Hij kreeg een vreselijk brommer ongeluk door in de polder, verblind door het groot licht van een auto, tegen een lantaarnpaal te rijden.
Verbrijzelde schouder, maanden revalideren, niet meer kunnen spelen, en al helemaal niet op volle kracht.
Het was ook mentaal een enorme klap, geen trommelaar meer kunnen zijn.
Een bezoek aan hem in het ziekenhuis was ontluisterend, diep droevig.
Maar na een aantal maanden en eenmaal thuis:
‘Weet je neef, ik heb geleerd, van die Chinezen, dat je dat ding moet omarmen, er niet tegen vechten’. (Alsof ik wist welke Chinezen hij bedoelde)
Hij ging Tai Chi doen voor z’n balans.
Ooit liet hij me zien hoe bedreven hij er in was en sloeg me bijna een gebroken neus, maar dat terzijde.
Ik zei graag eens met ‘m naar Suriname te gaan.
Hij had niet veel behoefte om naar z’n moederland terug te gaan.
Wel is ‘ie met meester trommelaar Ponda O’Bryan naar West Afrika geweest om een trommel zomerkamp te bezoeken.
Van Gonny was ‘ie vanaf een bepaald punt gescheiden, maar ze onderhielden goed contact.
Helaas is zij relatief jong in dementie en daardoor in een instelling terecht gekomen.

Voor z’n 75e verjaardag heeft percussionist Jaime Rodriquez, ook een ‘discipel’, een geweldige surprise party voor Steve georganiseerd in het Bimhuis.
Hij was door z’n kinderen met een smoes naar Amsterdam gelokt en liep een bomvolle zaal in, de man die nooit aandacht voor zichzelf had opgeëist.
We hebben allemaal spelend een persoonlijke ode aan hem gebracht en afgesloten met een gezamenlijk slagwerk spektakel.
Het heeft hem tot tranen toe geroerd.

In de afgelopen jaren ben ik ook een aantal keer met andere percussionisten naar hem toe gegaan.
Hij vond de aandacht geweldig en hield niet op met verhalen vertellen.
Graag liet hij nog eens zien en horen hoe je ‘rumba’ speelt.
Ook ben ik nog eens mee geweest naar het ziekenhuis omdat hij iets aan z’n oog had.
Geweldig om te zien hoe hij steeds ‘de leukste patient van die dag’ wilde zijn voor het personeel.
‘Weet je neef, die mensen hebben een heel zwaar beroep’.

Ja, hij werd ouder, kwam in/rond 2014 een aantal keer met ernstige maag/darmproblemen in het ziekenhuis terecht, onderging zware operaties, was een paar keer op het randje, woonde een tijd lang bij dochter Joyce in om te herstellen.
Toen ik hem daar eens opzocht liep ‘ie vanwege z’n kouwelijkheid op Uggs, nogal een apart gezicht, die broodmagere beentjes in van die grote met bont omrande sloffen.
Hoe kon de magerste man van Nederland toch nog afvallen?
Uiteindelijk kon ‘ie weer terug naar z’n eigen huis aan het Middenhof 189.
Het was het 2e onderkomen in Almere waar hij als een van de eerste 100 bewoners was gaan wonen.

‘Alsjeblief neef, kom wat vaker langs. Weet je, ik ga er niet lang meer zijn’.
Maar ook lachend ’Ach neef, ik ben gewoon een versleten oude bosneger’.
Hij wilde het liefst dat ik een hele dag zou blijven, hetgeen er nou eenmaal niet steeds in zat.
Hoe dan ook werd er gegeten en eten mee naar huis genomen.
‘De volgende keer, neef, gril ik een olifant voor je en mag je pas weg als ‘ie op is’.
Had ik vaker naar ‘m toe moeten gaan, langer moeten blijven?
Ik sprak 2 jaar geleden op deze dag z’n voicemail in met het voornemen ‘m snel weer te zien.
2 weken later is ‘ie overleden zonder dat ik ‘m nog gezien heb.

Hij zag op tegen de dood.
Een hersenbloeding werd ‘m fataal, waarschijnlijk heeft ‘ie er weinig tot niks van meegekregen, zo mochten we begrijpen.
We hebben bij z’n uitvaart met z’n allen voor ‘m getrommeld in de aula van Westgaarde.
Hij lag er in z’n kist ‘relaxed’ bij, een mooi pak aan.
Eervol dat de foto op z’n kist er eentje was die ik gemaakt heb.

Ik denk dat hij trots was op mij en alle andere ’succesvolle’ percussionisten die hij onvoorwaardelijk en eindeloos heeft geholpen en gesteund.
En natuurlijk ook op z’n lieve kinderen die ‘m in de laatste fase met liefde hebben kunnen omgeven.
Ik hoor nog steeds z’n donkere stem, z’n Surinaamse accent.
Nog steeds voel ik hem, en alles wat ‘ie gegeven heeft.
Ook 2 jaar later emotioneert het wéér als ik aan hem denk of, zoals nu, over hem schrijf.
Gisteren nog maar heb ik aan een aantal mensen bij een winkeldemonstratie weer eens uitgelegd hoe je een tumbao speelt, Steve’s tumbao.

‘He’s in a better place now’ zeggen Boeddhisten dan.
Onvergetelijk mens, onze Steve.