Maandelijks archief: augustus 2016

Ome Cor Coster in het Papeneiland….

Ome Cor,

Halverwege de jaren 90 kwamen we in onze stamkroeg op zaterdag middag regelmatig ome Cor Coster tegen, inderdaad, dé schoonvader van wijlen Johan Cruijff.
Z’n vrouw, uit zijn mond ‘Moeder Overste’, zat dan bij de kapper.
Sowieso een prachtig verhaal was dat zij bij de kapper in de Privé of zo’n blad had gezien dat Mevrouw en Meneer Coster in het Amstel Hotel hadden gedineerd met Meneer Berlusconi om de ‘Van Basten naar Milan’ deal te bezegelen.
Alleen was Mevrouw Coster de secretaresse van ome Cor, de echte Mevrouw Coster wist van niks.
‘Ik heb inderdaad niks gezegd, want als zíj er bij was geweest had die hele deal nooit door gegaan’.
Soms was ook Piet Keizer er bij op die zaterdag middagen.
Maar we spraken ome Cor alleen zonder Piet.
Piet sprak sowieso niet soepeltjes met ‘vreemden’.
Op een gegeven moment vraagt hij aan mij wat ik doe.
– Muzikant, trommelaar.
Of daar nog wat mee te verdienen valt….
Toen ik hem de bedragen noemde in samenhang met het soort artiesten en de locaties waar ik in binnen-, én buitenland m’n kunsten vertoon zei hij ‘Maar dat ken helemaal niet, als je op jouw niveau opereert, dat kén helemaal niet’.
Op zich klopt dat, ook 20 jaar later nog, maar dat is een heel ander verhaal.
Tegen mijn Julia zie hij terwijl ik even naar het toilet was ‘Hij mot effe ’n klappertje maken, maar dat ken natuurlijk helemaal niet in die business van hem….’.
Vervolgens vertelde hij hoe hij als ex concentratiekamp slachtoffer niet sliep ‘Dus s’nacht leg ik te bedenken wat ik de volgende dag ga doen’.
En dat hij geen ‘kreeditkaart’ had, en maar één pak, en dat Moeder Overste bij het bellen van een aannemer nooit hun echt naam moest noemen.
Ook vertelde hij dan mondjesmaat over z’n voetbal makelaars bestaan.
Bijvoorbeeld over een Belgische voorzitter – ik vermoed Constant Vanden Stock – die hem bij het afsluiten van een deal zonodig in Brussel moest hebben.
‘Zo’n man mot jou dan daar zo nodig bij hebben. Wat maakt dat nou uit of ik bij die handtekening ben?’.
Vervolgens moest ‘ie mee naar het huis van die man, en blijven logeren, ook al geen trek in.
Vanuit de auto werd gevraagd hoe warm hij z’n bad wilde want dat bad kon per autotelefoon aangestuurd worden, erg hip in die tijd natuurlijk.
‘Ik zei dat ik eerst een whiskytje wilde en daarna wel over m’n bad zou gaan nadenken. Allemaal opschepperij jongen!’.
Ook werd er eens een bungalow mét een lap grond in Bulgarije gekocht, om die vervolgens 3 maanden later te ruilen tegen een voetballer die zonodig naar Barcelona moest.
In deze vermoed ik dat het om Hristo Stoichkov ging, maar ome Cor noemde nooit namen.
‘Dat communisme daar was net weg en je mocht nog niet met je dollars dat land daar in, maar je mocht wel met dollars een groot huis met een lap grond kopen en dat kon ik dan 3 maanden later als betaalmiddel inzetten. Kijk, dat kunnen ze bij mij op m’n mooie sport promotie kantoor in Hoofddorp met al hun Nijenrode niet verzinnen!’.
Er was ook een boel mis gegaan, en het hing allemaal ook van een hoop toeval aan elkaar, al die deals en dat gegoochel met veel geld.
De mooiste anekdote die ik voor mezelf heb meegenomen is dat hij aan mij vroeg wat ik deed als ik van de Westerstraat – waar we toen woonden – met de auto naar de Rozengracht moest.
Ik zei door de smalle straatjes tegen het verkeer in te gaan zolang als dat goed ging, dus geen tegenliggers trof.
En bij tegenliggers even plek maken, achteruit naar naar het kruispunt, en zo door rommelen tot aan de Rozengracht.
‘Ja precies! Dan heb er iemand een eenrichting bord opgehangen bij zo’n straatje. Wat heb jij nou met zo iemand te maken?’
En dan vervolgens tegen ons beide ‘We nemen er nog eentje, dan mot ik weg, anders wordt Moeder overste boos. Hou je geld lekker in je zak jongen, ik trakteer!’.

GOPR0024Tiel_Nightlife_efxweb

50 jaar ‘Tiel, café Papeneiland….

Augustus 2016

Op naar Amsterdam…. 19 jaar oud…. op naar Tiel….. een stamcafé…. inmiddels 50 jaar in een familie…. een verhaal….

Ergens in de lente van 1981 had ik een afspraak met Dhr. Paul Albert, anesthesioloog, gediplomeerd medisch verdover dus, al 45 jaar vaste klant van ‘U weet wel’.
Ik moest en zou naar Amsterdam verhuizen om met m’n handjes te gaan trommelen, muzikant te worden, met als hoogste doel optreden in Paradiso.
Via een gezamenlijke connectie uit het Brabantse Roosendaal wist ik dat deze Paul zo stilaan met zijn dame Aggie aan het hokken was geslagen.
Paul en ik hebben beiden onze jeugd in Roosendaal doorgebracht, hij is er zelfs geboren.
Zijn ooit door hem gekraakte en later gehuurde appartementje van 28 m2 zonder douche in de 1e Goudsbloemdwarsstraat #14 werd door de ‘hok actie’ eigenlijk niet meer gebruikt.
Onze connectie tipte mij precies op tijd en Paul was bereid hierover te praten, in zijn stamcafé…. U raadt het al…..
Zo kwam ik op mijn 19e voor het eerst terecht bij Tiel, en Hennie () natuurlijk.
Paul en ik kwamen in het hoekje bij de spoelbak tot een vergelijk, 100 gulden per maand, inclusief gas en licht, en dat allemaal in onderhuur.

Paul’s huurbaas was de niet te missen Marcel van Praag, destijds eigenaar van Café De Koophandel en tevens importeur van speciale biertjes.
Hij was een soort roodharige bebaarde holbewoner die regelmatig als een dolle stier tekeer ging als er weer eens iets met een huurder/ster mis was, in zijn ogen dan.
Er werd niets gerepareerd en er woonden junks, alcoholisten en dealers in het pand, naast een paar relatief normale ‘creatieven’.
Binnen een week na mijn intrede werd het huis naast me ontruimd omdat een gestoorde Zwitser er melk/yoghurtpakken én conservenblikken met z’n eigen poep erin bewaarde.
Dat was de eerste keer dat ik ‘mannen met witte pakken’ zag; ze ontruimden de boel en timmerden de hut dicht.
In de zomer van 1982 schoot een veroordeelde én gezochte Engelsman, Alan Reeve, een politie agent dood op de hoek van de Willemstraat.
Onze overburen waren Bennie en Hennie, 2 van de meest a-sociale types ooit, en hun moeder.
We spreken van een kleine rossige vrouw die we midden in een donkere nacht nog eens ‘genomen’ hebben zien worden door een meneer op een motorkap voor onze deur.
Bennie rukte tijdens studio sport nog eens een net in de straat geplaatst kabelkastje van de muur terwijl hij naar 3 hoog dingen naar z’n moeder schreeuwde waarvan ik hier alleen ga neerschrijven dat de verwensingen om uitwerpselen, bloed, een ziekte en een beroep gingen.
‘Vuile ………., als IK geen voetbal kan kijken kijkt in die hele ……straat niemand TV en jij ook niet, vuile …… ………..….!!!!

Ook ín ons pand kwam op een gegeven moment de gemeentelijke milieu dienst, afdeling rattenbestrijding, binnen.
Naast/boven ons sliep af en toe een totaal ‘ver-alcoholiseerde’ man z’n roes uit.
Hij – een gekend architect, altijd driedelig pak – kon soms kennelijk niet meer naar z’n eigenlijke huis en nam dan snacks en drank mee omhoog, ruimde niets op, poepte – ja, inderdaad, wéér iets met poep – op een gegeven moment over de rand en veroorzaakte een stinkende ramp.
Ik ben met de milieu man – hij op klompen – binnen getreden en wist niet wat ik zag.
Daarna heb ik ook nooit meer zoiets smerigs gezien; het vuilnis lag ‘aanrecht hoog’ opgestapeld.
Woorden om z’n matras en verstopte WC te beschrijven zijn er niet.
De woning op de Haarlemmerdijk van wereld beroemd accordeonist en ‘innemer’ Johnny Meijer – ik speelde met zijn tragische en vroeg gestorven zoon Corrie in een bandje – was in de tijd dat ik er overhuis kwam helaas ook niet fris, maar dit was van een heel andere orde.
‘Wat een bende’ zei de milieu meneer en trok meteen de deur weer dicht, om even later met een ploegje ‘witte pakken’ alles te komen ontruimen én ontsmetten.
En om de haverklap die Marcel van Praag maar luidruchtig kankeren op z’n slechte huurders, vanaf de straat schreeuwend tegen types van 1 hoog tot aan de zolder.
Ik bleef buiten schot, vermoedelijk heeft ‘ie nooit geweten dat eerst ik er alleen zat, en een klein jaar later samen met Julia.
Paul betaalde hem netjes, en ik Paul de 3.5 jaar dat we er woonden.
We zijn tot aan vandaag nog bevriend.

Was het dan allemaal gedoe daar in die straat op #14?
Zeker niet!
De jetsers van de dochter van visboer Koen zal ik niet snel vergeten.
Ik was evenwel niet de enige (man) die er wat onrustig van werd en weet zeker dat er meer haring verkocht werd als zij met haar strakke coltrui – tegen de kou – in de winkel stond.
De ijsjes, cappuccino’s en pizza’s bij Roggie, restaurant Capri, waren fantastisch!, en betaalbaar, wel zo prettig vanwege de bijstandsuitkering waar het allemaal mee begon.
De inmiddels vermaarde Glennis Grace woonde om de hoek in de Goudsbloemstraat en zong op straat als klein meisje het cement al uit de muren; ‘I Will Always Love You’.
Café ‘Faith’s Corner’ op de hoek, gerund door de Surinaamse Eddy was een bezienswaardigheid vanwege de poppen aan het plafond, de Veldhoen’s aan de muur, de Jazz en Eddy zélf.
Officieel verkocht ‘ie Skol – niet te zuipen – , maar onder de bar stonden gewoon flesjes Amstel.
Verder zaten om de hoek café Miep Brouwer, De Willemsbar, Co Meyer, De Oranjerie én Het Papeneiland!
Allemaal prachtig, maar het mooiste dat me wonend in die 1e Goudsbloemdwarsstraat binnen een half jaar overkwam is – eerlijk is eerlijk – dat ik Julia tegen kwam.
We woonden in ‘no time’ samen, 19 en 21 jaar oud, en werden rustigjes aan import Jordaners, geen Jordanezen….
Verschil moet er wezen! (Bron: http://www.mokums.nl/jordanezen.html)

In het begin kwamen we vooral in De Oranjerie, maar van lieverlee werd het ‘Tiel’.
Waarom? Geen muziek, voor mij belangrijk (terwijl ik muzikant ben), recht voor z’n raap bier én humor, rechtvaardigheid, gelijke behandeling, man/vrouw, beroemd, rijk of niet, het maakt geen moer uit.
Uiteindelijk gaat het mij vooral ook om de enorme variëteit aan ‘types’.
Je lult met mensen van werkelijk alle generaties, afkomst, rangen en standen, voor mij een plaatsvervangend religieuze bezigheid.
Wie allemaal? Maarten de Bruin (), Maup en Magda (), Chris Devries (), Boeren Chris (alhoewel menigmaal relatief lastig aanspreekbaar), Jan Hollander, Jan () en Claire (), Ben de ‘dieren tandarts’ () die naar verluid nog een nijlpaard plombeerde (na z’n als marineman opgelopen caissonziekte), Ietje en Hans van der Sloot, Henk Pothof, George de loodgieter, Klaas, Tante Griet (), Jan van Dongen, Bert () en Jolein (), Willem en Willy (), Taco van Lith, Jopie ‘Beton’ (), Ger ‘de neus’ en broer Jos Offerman en zijn dame To, Bert Koster, Ger en Linda Mulder, Roelfje en Joop, Huub, Paul en Marion, Friese Roel, Christine en René (), Frankie van Haren, Eiso en Kiek, Kees Meijer, Lange Jan, Ome Nico en Tante Riek, en talloze anderen.
Het zijn er werkelijk veel en veel teveel om op te noemen, en al helemaal als ik de aanwas van de laatste 10-15 jaren ook meeneem.
Die komen in het volgende boek wel aan bod, 60 jaar of 65 jaar Papeneiland, denk ik dan.
Wie zal het zeggen?
En dan hebben we het niet eens over de ‘eendagsvliegen’ uit letterlijk de hele wereld met wie je soms de meest waanzinnige gesprekken hebt en uit wie (ook) de gekste verhalen komen.
Laat ik niet vergeten dat de verhalen van Tiel Sr. mij altijd het gevoel hebben gegeven dat hij, desnoods met een ghost writer, hét Papeneiland boek zou moeten schrijven.
Eenmaal op de praatstoel is het onvoorstelbaar wat hij beleefd, gesignaleerd en te vertellen heeft, en vooral hoe hij het verteld.
Het is Amsterdams cultureel erfgoed wat daar uitkomt op sommige momenten.
Ik heb het hem meerdere keren gezegd ‘Eigenlijk zou jij zélf een boek…..’. Maar nee…..

We zijn met een aantal mensen gewoon bevriend geraakt, of er toch tenminste zeer op gesteld, een regelrechte bonus.
Niks mooier dan van allerlei dames en heren een zoen krijgen als je binnen komt, lam of bij de koffie.
Er liepen en lopen uiteraard ook wat malloten en fantasten tussen; grote verhalen, oplichten, liegen, teveel zuipen, rondjes geven en niet betalen, snuiven, (geestverruimende middelen) roken, vreemd gaan, eigenlijk alles wat bij een echte kroeg hoort.
Soms waren er periodes dat de brug ineens vol stond met homo’s, advocaten, (koor)ballen…. dan was de kroeg ineens ‘ontdekt’.
En dan waren ze weer weg, op naar de volgende ‘hot spot’….. het schift zich uiteindelijk vanzelf.

Het duurde hoe dan ook een aantal jaar voordat ik op een ongekunstelde en organische manier aan de ronde tafel ging zitten.
Eigenlijk is het in het begin een kwestie van je kop houden, aandachtig luisteren, een enkele vraag stellen dan wel beantwoorden of voorzichtig een opmerking maken, niet te bijdehand doen en dan héél rustig aan ‘het woord’ gaan nemen.
Er is al die tijd een onzichtbare ballotage gaande…..

We werden rustig aan vriendjes met Tiel Jr., op dat moment vooral uitbater van restaurant De Koevoet, gekocht door Sr. om de knul iets te doen te geven.
Een universitaire loopbaan ging het niet worden, zoveel was wel duidelijk, maar ook ‘Ik had nog nooit gekookt’.
We gingen optrekken met zijn possie, Appie, Linda, Marco, Richard, Karin, Jan, Jan….. en natuurlijk met Babs!
Uiteindelijk werden we een onderdeeltje van het geheel, ongeregistreerd lid van een club zonder leden, een genootschap zonder statuten dan wel omschreven regels.

Hennie zet op de avond vóór onze verhuizing naar het oneindig verre ‘Oost’ een fles champagne op de bar ‘voor de mazzel!’.
‘Vergeet je je paspoort niet?’ is wat we te horen krijgen al we die kant van de stad op gaan.
Dit is 19 jaar geleden, en we fietsen al die tijd dapper op en neer.
Voor iemand die nergens bij wil horen ben ik toch aardig versjacherd geraakt aan dat goeddeels alcoholisch tijdverdrijf dat steeds weer plaats grijpt tussen al die types.
Het kost wat, en ik word er soms dronken van, maar het is veel beter dan de TV!
Je mag zelf meedoen in de serie, het is interactief en onvoorspelbaar!

Er zit een soort magneet op die hoek.
Die magneet trekt al 35 jaar stabiel aan mij en gelukkig ook aan Julia.
Uiteindelijk werkt dat ding nu dus al 50 jaar!
Daar mogen er nog wel 50 bij, wat mij betreft.

Ik dank Hennie en Tiel Sr., Tiel Jr. en Baps, de mooie neven, andere los/vaste krachten en zowaar zelfs een Rotterdammert, voor de vele mooie jaren met vaak onvergetelijke momenten.

X
X
X, J

GOPR0024Tiel_Nightlife_efxweb