Maandelijks archief: april 2016

Bij De Zwijnen af…..

20-04-2016

Vanmiddag meeting bij collega muziekregelaar en eigen label meneer.
Na afloop even aan de Amstel op een bankje net voorbij het vermaarde Hesp in de warme ondergaande zon op een bankje zitten, soort van vitamine D tanken met oogjes toe, beetje zen, natural stoned, soort van….
Om me heen trimmende vruchtbaarheid, drinkende yupjes, bootjes, lounge muzak; lente in Mokum in optima forma.
Naast me ineens een opgetutte freule met meneer in lange donker blauwe jas met daaronder Engelse gaatjes schoenen.
Zij draagt zwarte lakschoentjes, heeft dikke enkels, een Cartier Tri Colore ring om haar pink, verder voldoende goud om en make up op.
Ook de kapper heeft recent nog wat verdiend aan haar.
Freule: – Bel jij anders even naar Rijsel, ik ben zo moe van dat college geven in Utrecht!
Ik kijk ze vriendelijk aan en bedenk me dat ik vanwege m’n verjaardag nog een etentje tegoed heb bij Rijsel, al een tijd lang een voor ‘serieus eten en drinken’ aangeschreven tent in 020.
Nooit wist ik dat het om de hoek van de Amstel in een straatje verborgen zit.
Dan begint het…….
Zij: – Mag ik even naast U komen zitten?
– Ga Uw gang.
Man gaat voor haar staan, ondanks 3 zits bank, en houdt haar zodoende uit de zon.
– Vindt U het erg als ik even m’n zoon bel?
– Doe uw best! (En daarna mompel ik) Even m’n zoon bellen.nl
– Ha ha, wat grappig! Eh, hai, met je moeder! Is de reis goed gegaan? Mooi, we gaan zo even bij Rijsel eten want ik ben zo moe van m’n college in Utrecht… Zeg, nog even 2 dingen, laad je telefoon op tijd op en drink niet teveel! Ja, weet ik, maar dan zit je moeder weer met de gebakken peren! Zeg, pap vraagt hoe het weer is…. OK fijn, nou, heb het goed, liefs voor iedereen daar!
(Direct tegen mij) Mijn zoon zit in Frankrijk in Prevenierre (of zoiets) in de Champagne streek, hij verblijft aan de Rue du Champagne, nou dan weet je het wel ha ha!
– Elke dag nieuwjaar daar dan! Maar eh, ik hoor U praten over Rijsel. Daar heb ik nog een etentje tegoed vanwege m’n verjaardag, schijnt nogal een goede tent te zijn. Ik wist niet dat het hier om de hoek zit. Je moet wel knaken meenemen als ik het goed begrijp.
– Fantastische tent, maar wel 3 maanden van tevoren reserveren! Wij hebben toevallig een paar korte lijntjes daar…. Hoe heten ze ook weer, die 2 leuke jonge mensen? (Komt antwoord van man)
Er ontspint zich een gesprek over gerenommeerde eettenten in de stad, Toscanini, Bordewijk etc.
Ik gooi gewoon ook de New King erin. – Oh werkelijk?
Voor Italiaans moet je bij Angoletta zijn, veel beter dan A Tavola…..
Voorts het prachtige weer…..
Man, doelend op de bomen langs de Amstel: – Heb je dat prachtige groen gezien? Je kunt er nu ook nog gewoon doorheen kijken!
Verder komen de Amsterdamse buurten aan bod en dat die zo’n beetje allemaal enorm opgeknapt zijn.
Ik gooi Oost er in, en dus Wilde Zwijnen, ook zo’n tent waar ‘iedereen’ gegeten moet hebben.
– Ik vind het heerlijk, maar ook culinair verwende vrienden van ons van Uw generatie geven er hoog over op! (Noem verder geen namen, doe ik meestal wel om op te scheppen)
– Oh werkelijk? Nou, wat ik vroeger 3 hoog achter allemaal gezien heb toen ik daar nog werkte…. ongelooflijk, wat een armoede. Mooi dat Oost ook zo opgeknapt is, vind U niet? Er is een hele instroom van nieuwe mensen.
– Zeker, vooral een soort hoog opgeleide types, yuppen eigenlijk. We moeten wat mij betreft evenwel niet in het misverstand terecht komen dat er met geld ook meer sfeer instroomt. Een boel van die types komen halen en niet brengen, wat sfeer betreft dan. Dat zagen we in de Jordaan jaren geleden al. Volgens mij moet je net zoals wij nu doen gewoon op een bankje naast elkaar gaan zitten en gaan lullen, en ook in de kroeg gewoon aan de stamtafel gaan zitten en eindeloos lullen met iedereen, niet alleen met je leuke vrienden.
– U bent leuk!!!
– Dat klopt, ik ben zelfs officieel leuk, maar niet op afroep, het hangt geheel van het gezelschap en de omstandigheden af. Maar goed, wie bij dit weer niet leuk is hoort er niet bij, denkt u niet?
– U heeft groot gelijk!
Zij liep even weg en belt met Rijsel.
– Iets anders, dat college van Uw vrouw vanmiddag, mag ik U vragen waar dat over ging?
– Dat ging over ‘transgenerationele sociologie’ (dat laatste verstond ik niet goed, kan ook pathologie of zoiets geweest zijn), dat we allemaal met elkaar verbonden, in alle facetten van ons bestaan.
– Ah, een soort familie psychologie….
– Nee, dat is het niet! (Een heel betoog volgt)
Zij is ondertussen terug: – We kunnen terecht hoor!
– Weet U, over samenhang, ik heb gisteravond nog anderhalf uur naar het VPRO interview van Wim Kayser met Rupert Sheldrake uit 1993 gekeken. Die is van de morfo genetische velden en dat gaat ook over samenhang. Ik zie die menselijke samenhang altijd als een soort slijmdraden waardoor we aan elkaar blijven hangen.
Zij, inmiddels terug: – Oh ja, ja! Dat hebben wij destijds ook allemaal gezien en nu nog steeds op video staan, of op DVD… en het boek staat in de kast, geweldig! Nou, wat fijn allemaal! Leuk om U gesproken te hebben!
– Dat is wederzijds, wie weet zien elkaar nog eens.
– Ja! Bij De Zwijnen!
– Bij De Zwijnen af…..
En wég waren ze, arm in arm, waggelend langs de Amstel, op weg naar ‘Rotisserie’ Rijsel, zonder reservering. ‪#‎vandiedingen‬

Naschrift: na enig gegoogle bleek de dame Else-Marie van den Eerenbeemt te zijn, semi BN’r op het gebied van familie psychologie.

Piet Keizer, Johan Cruijff en Jan van Beveren

Piet Keizer, Johan Cruijff, Jan van Beveren en een vriend die promoveert.

Dit is het verhaal wat ik vertelde aan mijn ex oom en zeer goede vriend Adri bij zijn op sportmanagement promoveren in 2010.

Op donderdag 4 maart 2010 fietste ik in Amsterdam Zuid-Oost wég van ‘De Toekomst’, op zich al een wonderlijke situatie.
In mijn schoudertas zaten 2 zwart-wit foto’s.
Eigenlijk hoefde ik er maar een, maar Piet Keizer had even tevoren gezegd: ‘Je mag er van mij ook 2 uitkiezen, dat maakt me niet uit’.
Hij had bij binnenkomst een grote envelop bij zich en daar zaten 4 foto’s in, allemaal oud en allemaal zwart-wit.
Ik bedankte beleefd en zei dat ‘ie me al meer dan gelukkig had gemaakt, maar toen ‘ie het nog een keer herhaalde dacht ik; Ja, dikke lul, die kans laat ik mij niet ontgaan, temeer daar er eentje bij zat waar ook een jonge Johan Cruijff op stond, met een jonge Piet die toekeek of er nog iets voor hem over zou blijven na de actie van Cruijff ten overstaan van Jan van Beveren.
– ‘Als die man dan toch zo’n fanaat is, loop dan maar effe mee naar m’n auto, daar heb ik nog wel een Piet Keizer boek legge’.
– ‘Nou meneer Keizer, wat fantastisch. Hier doe ik ‘m echt een enorm plezier mee’.
– ‘Ja, ach ja, je had wel een leuk verhaal’.
Ondertussen stelde hij aan de tafel waaraan we zaten nog 2 mannen teleur omdat hij niet gekeken bleek te hebben naar de DVD die ze speciaal voor hem gebrand hadden.
‘Nee, ik heb niet gekeken, dat is aan mij allemaal niet besteed’.
Ze kregen de andere 2 (duidelijk mindere) foto’s, ‘Neem maar mee, dan ben ik er vanaf’.
We liepen over het met 4-wheel drive Mercedessen en snelle Audi’s gevulde parkeer terrrein naar zijn Peugeotje 206.
Uit het dashboardkastje kwam ook nog Het Piet Keizer Boek.
Ik zag dat hij een afgedragen Cartier ‘Pascha’ horloge droeg, en sprak de hoop uit dat we elkaar misschien nog wel eens in ons café in de Jordaan zouden treffen.
Voor de kenners, maar ook voor de niet kenners: ‘Het Papeneiland’ ook bekend als ‘Tiel’, vanwege 3 generaties Tiel als voornaam.
Daar had ik hem in de loop der jaren nog wel eens in de hoek zien staan na de zaterdagmarkt op de Lindengracht.
Een tikkie verslonst, afgetrapte bootschoenen, lange regenjas, tijdje niet bij de stomerij geweest, en ook niet bij de tandarts……
‘Ja, daar sprak ik dan met Cor Coster af, dat vond ik wel gezellig, maar ja, die ist’r niet meer’.
Over sportmanagement gesproken; de beroemde schoonvader Cor zei een keer tegen mijn Julia over mij: ‘Hij mot eigenlijk een keer ’n klappertje maken, maar ja, dat ken niet in die business van hem natuurlijk’.

Ik liep na onze rende vous naar m’n fiets buiten het hek van De Toekomst.
Piet draaide van het parkeer terrein af, en keek niet meer op of om, laat staan dat ‘ie nog even zwaaide.
Dit was hoe dan ook veel meer dan waar ik op gehoopt had, niet één, maar twee orginele en gesigneerde foto’s uit de persoonlijke collectie van de enige echte Piet Keizer, foto’s uit de glorietijd van Ajax, eind zestiger, begin zeventiger jaren.
En ook nog Het Piet Keizer Boek!
Meer kado voor Adri dan ik kon bedenken.

Want wat ging ik de doctor in sportmanagement geven?
Toen het promoveer nieuws bekend werd wist ik al meteen; een gesigneerde foto van Piet Keizer, dát zou mooi zijn.
Ik kan me als jongetje van 8/9/10 jaar oud nog de levendige discussies herinneren over de grootsheid van Piet, ook nog afgezet tegen Johan.
Adri nam graag het voortouw, licht provocerend: ‘Leuk hoor, die Cruijff, maar Piet Keizer is toch écht van een andere orde’.

‘Autist 1e klas’, zei kroegbaas en mijn maatje Tiel meteen toen ik ‘m vroeg of hij een idee had hoe ik Piet te pakken zou kunnen krijgen.
‘En ik herken ze uit duizenden!’, zie hij er nog achteraan.
Zijn zoon, kleine Tiel, is autistisch.
Maar Tiel had geen idee hoe bij Piet in de buurt te komen….
Ik heb nog wat mensen gepolst, maar het bericht kwam steeds op hetzelfde neer.
Piet Keizer zit goed verstopt, is een tikkie mensenschuw, die heb je niet zomaar te pakken.
Uiteindelijk kwam een bevriende aannemer, met wie ik al een aantal keer naar Ajax ben geweest, op het idee om het aan Piet de Graaf van Elsa’s Cafe te vragen.
Déze Piet organiseert trips naar de thuiswedstrijden vanuit z’n cafe in de Watergraafsmeer, met een echte dubbeldekker, en da’s niet dom want dan gaat het meteen over indrinken én weer uitdrinken na de wedstrijd.
Ik had er van deze Piet nog een tegoed want hij had een keer een doos CD’s van ons zoekgemaakt, en pas 2 jaar later weer terug gevonden, maar goed.
Hij zei: ‘Laat mij even gaan, ik bel je terug’.
3 dagen later belde hij met 2 nummers van Piet keizer, een 020 nr en een GSM nr., verkregen via Ton Tielenburg, bestuurslid van Ajax.
‘Maar’, had dhr. Tielenburg meegegeven, ‘Laat die man die nummers een beetje voor z’n eigen houwen want Piet houdt niet zo van gedoe rondom zijn persoon’.

Ik op een maandagmorgen het 020 nummer bellen, tikkie nerveus eigenlijk, gebeurt me niet gauw.
Niets…. er wordt niet opgenomen en er kan geen voicemail ingesproken worden.
Dan het GSM nummer, ook niets…. ook geen voicemail.
Kut, dan over een paar uur nog maar eens proberen, of een dag later.
20 minuten later gaat de telefoon en ik denk ‘Oh jee’ dat zou ‘m kunnen zijn want er wordt op de huistelefoon nauwelijks nog gebeld.
‘Met Jeroen de Rijk, goedemorgen!’ (zeg ik normaal nooit): ‘Ja, met Keizer spreekt u, ik zag dat er gebeld was’.
Ik vraag om een minuutje en begin meteen uit te leggen hoe ik aan z’n nummers ben gekomen en dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over z’n privacy.
En ik vervolg meteen met dat ik ‘m eigenlijk een gunst wil vragen, een aardigheidje, met een leuk verhaal erbij, maar niettemin een gunst.
Het gaat om een van m’n beste en oudste maten die doctor in het sportmanagement gaat worden op z’n 63e, en dat hij vroeger m’n lievelingsoom was en Piet Keizer adept en…….’.
‘Ja, eh, maar eh, ik ben eigenlijk in gesprek, kan u over een half uur effe terug bellen?’.
Kut!, denk ik, ik lul teveel, maar ik zeg meteen: ‘Oh, ja natuurlijk, prima, geen probleem. Ik bel u later’.
Zweet op m’n voorhoofd.
35 minuten later (een soort van gecalculeerd) belde ik weer.
– ‘Met Keizer’. ‘Ja, meneer Keizer, met Jeroen de Rijk nog een keer, ik belde u daarnet’.
– ‘Ja, ik snap het, maar ik ben nog in gesprek. Ik ben nogal een beetje traag, maar eh… wat voor foto moet dat zijn dan? En waar gebeurt dat allemaal?’.
– ‘Nou, het liefst een actiefoto uit de tijd dat u nog voetbalde, een actie-foto uit de vroege jaren, zwart-wit.
Misschien kan ik het via het Ajax secretariaat of het Ajax museum regelen.
Misschien wilt u die dan even tekenen voor m’n maat.
Enne, het gebeurt in Groningen, maar daar hoeft u niet heen of zo hoor.
Dat wil ik helemaal niet van u vragen’.
– ‘Wanneer wil je dat doen?’.
– ‘Dat maakt niet zoveel uit want het is pas eind maart’.
– ‘Ja ja, ik snap het, nou eh, dat komt wel goed.
Ik heb nog wel wat legge en ik wil toch eerdaags ‘ns wat gaan opruimen.
Het gaat de komende dagen niet lukken want ik moet een paar keer weg.
Bel me eind van de week nog een keer, dan spreken we wat af’.

Er volgden nog een zestal telefoongesprekken met daarin een paar typische momenten:
Op 26 februari, dat was de 4e X, Piet ging me terugbellen: ‘Want ik heb nou toch je nummer in m’n telefoon?’.
Piet belde niet terug, maar ik hem dus wél weer na een paar dagen.
Wéér vroeg ‘ie me een week later terug te bellen.

Op 02 maart, de 5e X.
– ‘Met Piet.’
– ‘Ja, meneer Keizer, met Jeroen de Rijk, van de foto met handtekening, zeg maar’.
– ‘Ja, dat weet ik. Bel me morgenvroeg, dan weet ik waar en wanneer ik je treffen kan’.
– ‘Goed, ik bel u om 10 uur’.
– ‘In orde’.
En daar kwam zowaar een vertrouwd ‘Doehoeg’, achteraan.

03 maart, 10 uur, de 6e X.
– ‘Je bent netjes op tijd. Maar luister, ik ben morgen vanaf 11 u op De Toekomst. Dat weet je wel te vinden hé?
Als ze je niet binnen willen laten dan bel je me maar. Soms zijn ze een beetje lastig daar’.
– ‘Goed, dan zeg ik wel dat ik een afspraak met Meneer Keizer heb, en dan bel ik u ter plekke’.

En zo fietste ik op 4 maart De Toekomst tegemoet, én er 10 minuten later weer vandaan.

Johan, Piet en Jan in actie

Johan, Piet en Jan in actie