Maandelijks archief: september 2015

Troostdienst

Troostdienst, 15-09-2015

We waren gisteravond bij een zogenaamde troostdienst.

Jonge mensen in mooie donkere kleding prutsen wat aan een Molukse vlag, ze proberen deze nog iets chiquer te draperen.
Julia’s Oom B., 89 jaar, staat op en kijkt nog maar eens in de kist.
Hij buigt zich uiteindelijk voorover om zijn dode zoon nog eens goed te bekijken.
Oom B. loopt naar het voeteneind van de kist, haalt diep adem en blaast met bolle wangen z’n longen leeg.
Vervolgens kijkt hij zonder iets te zien de nog zo goed als lege kerk in.
Het is eigenlijk een kerkje, zo’n 60/70er jaren gebouw, maar dan wel met nieuwe keuken en toiletgroep.
Een nicht komt met een flesje glassex en keukenpapier en poetst de glazen plaat boven het gezicht van haar dode broer nog maar eens op.
We zijn 2 uur voor de troostdienst – malam penghiburan – en er is alleen directe familie en wat goede bekenden.
Ik word hartelijk begroet door mensen die ik al lang maar nauwelijks ken.
Ze pakken mij stoer en licht betraand vast, en ik hun terwijl ik ze condoleer.
Ze slaan op m’n schouder alsof ik getroost moet worden i.p.v. andersom.
Er wordt gezoend met de nichten die ook aangeven het fijn te vinden dat we er zijn.
Ik ben onder familie.
Mijn Julia wordt niet los gelaten en er wordt druk en bemoedigend gepraat in half Nederlands en half Moluks Maleis.
Oom B. zoent Julia wel 4 keer.
Mij herkent hij ook wel weer een beetje, een beetje dus, maar ook ik word stevig vast gehouden.
Hij reikt tot aan mijn kin en maakt een grapje over onze gezamelijke ‘kale koppies’.
Oom B. ziet er onwaarschijnlijk goed uit voor een 89 jarige, eigenlijk niets veranderd in de 33 jaar dat ik hem zo af en toe gezien heb.
Julia verandert in een aangepast Moluks meisje i.p.v. het grootstedelijk beschaafde kanon en de ‘niet voor een kleintje vervaard’ levensgezel die ze voor mij is.
Er zijn beduidend minder woorden en meer veel betekende blikken en gebaren.
Er is niet per sé meer duidelijkheid.

Dat kan zijn omdat ik zelfs na 33 jaar niet alle non verbale codes heb, maar ik vermoed dat er voor vrij veel aanwezigen inderdaad vrij veel niet helemaal duidelijk is, hoe druk iedereen ook gebaart en blikken uitwisselt.

De neef ligt met een fijne wollen trui en geblokt overhemd aangekleed in zijn kist.
Hij heeft een grijzig baardje, en een vredige uitstraling, het is een mooie vent.
Aan één kant van z’n hoofd zie je een soort deuk, gevolg van de operatie die ze na z’n herseninfarct nog hebben uitgevoerd.
Er is een stuk van z’n schedelbot weg gehaald om ‘ruimte’ te bieden aan de zwellingen die er ontstonden na dat infarct dan wel het uit bed vallen.
Het heeft niet mogen baten, binnen een paar dagen was hij overleden.
En dat nadat hij met wat hoofdpijn eerder naar bed was gegaan om even later door z’n dame naast dat bed gevonden te worden, levend maar buiten bewustzijn.
Wij lopen nog even met schoonpa en schoonbroer het plaatsje in de zogenaamde Overbetuwe in, voor een kop koffie en een patatje in de lokale en vooral brandschone snackbar, eentje die ook s’maandags open is.
Het patatje met haché en knoflooksaus is OK maar niet om voor om te rijden.
Er hangt een flatscreen met levend geprojecteerd aquarium waarop een potje visvoer staat, naar ik aanneem uit humoristische overwegingen.

De oer vriendelijke bediening straalt een burgerlijkheid uit waar ik angstig voor ben.

Bij terugkomst zat de kerk al volledig vol, ook buiten staan lange rijen.
Ik schamp met mijn ogen een klein deel van Julia’s familie die er in onze directe belevingswereld al lang niet echt meer bij horen.
Waarschijnlijk zagen ze mij ook.
Het ging evenwel zo snel dat je later altijd kunt ontkennen dat je elkaar gezien hebt.
Er werd verzocht of de jongeren plaats wilden maken voor de ouderen door in het belendende pand, het stichtingsgebouwtje, plaats te nemen.
Dit gebouw heet ‘Tifa’, en dat betekent trommel.
Daar staan speakers zodat de dienst ook daar voor iedereen te horen zal zijn.
Mooie jonge Molukkertjes in hippe kleren serveren koffie en thee, de meisjes op hakken en in de make-up.
Het zijn zonder uitzondering ‘natural beauties’.
Al met al is het een strak en goed georganiseerde ‘happening’.
Er is een mij onbekende motor club, met stoere zwarte motorjacks waarop met grote gele letters zoiets als Mata Pandah staat, moeilijk te zien vanwege de capuchons van de rode sweaters die ze er onder dragen en waarvan de overhangende capuchons het zicht op de rugtekst belemmeren.
Verder staat er Maluku, en Alifuru, en nog e.e.a. aan vermeldenswaardigs op de jacks.
Alifuru zijn Molukse oermensen die in de oerwouden wonen en nauwelijks contact met de buitenwereld hebben.
Het zijn wat oudere Molukse mannen, en een paar wat jongere, ook een paar witten of halfbloed-achtige types.
Buiten de kerk staan ze stoer met de armen over elkaar, tijdens de dienst met de handen gevouwen.
Er zijn NS’ers, collegas van de overleden neef, een aantal in uniform.
Witte mannen en vrouwen met een ernstige blik in de ogen.
Om de een of andere reden raak ik geëmotioneerd door die uniformen en de blikken in de ogen van de collegas.
Ook is er een Satu Darah kopstuk, een daadwerkelijke ‘kapikan’, eentje die ook een hoofdrol speelt in de eerder besproken documentaire.
Hij is ‘in burger’, dus zonder motorjack etc…
Zou ‘ie met de trein zijn?
Er wordt gezongen, Moluks bijbels en ‘gewone gospel’ en er wordt gepreekt en gebeden in 2 talen.
Er wordt met de redelijk zingende dominee op gepast volume meegezongen door de meeste bruinen.
Een blondgrijze Hollandse vrouw met kippenkont kapsel en overduidelijk door een opticien aangeraden bril zingt in het Maleis met de teksten uit het uitgedeelde foldertje mee en mompelt later ook het ‘Onze Vader’ netjes mee, uit haar hoofd.
Ik praat na de dienst met trommelende broers en een zus van een trommelende vriend die eveneens dominee is.
Ooit Santana nog in het Concertgebouw gezien…. dat werk, maar ook beschouwende onderwerpen aangaande de goede, minder goede, niet flexibele verordeningen en gebruiken binnen de Molukse cultuur.
En dat dan ook nog op dit soort gelegenheden en in religieuze context.
We lachen in het klein om de stille opmerking over een Oom met lange grijze haren en ZZ-top baard die eentje Kabouter Plop noemt waarna ik er Ploppeirissa van maak.
Er wordt koffie en thee gedronken, en er wordt cake gegeten, én ‘doggy bag style’ meegenomen in de diverse tassen en jaszakken.
Schoonpa komt vriend tegen die evenals hij ooit als verstekeling in Nederland aankwam.
Ze delen een bijzonder stuk geschiedenis binnen het aanwezig zijn van de Molukse gemeenschap in ons mooie en zeker naar Molukkers toe zeer respectvolle land. #eeuwigeschande

In de herrie en zonder gehoorpaaraten bij zal een deel van de woorden vervlogen zijn, maar ze hadden het goed samen.

Als laatste voordat het gebouw tegen 23 u moet worden gesloten, wordt de kerk nogmaals vol gezongen door de gemeenschap, de familie huilend om de kist naar de dood starend.
Dit gemeenschappelijk zingen is zeer aangrijpend en regelrecht spiritueel, zoals eerder als ik bij zo’n dienst was.
Ik gun het (bijna) iedereen dat zijn/haar ziel zo naar een betere plek op weg gezongen wordt terwijl de nabestaanden zich getroost mogen weten.
Van het zingen bij de troostdienst van m’n schoonmoeder kan ik me de intensiteit van dit zingen gek genoeg niet herinneren.
En toen moest (o.a.) ik getroost worden.
Wel herinner ik me de toon van sommige Molukse ooms die in de kerk spontaan een jammerlijke speech gaven.
Twee van de 12 lampen boven de kist branden niet, de moeder en nu dus een van de kinderen zijn al dood.
We spreken van een gezin van 12 mensen, alhoewel er eentje al als baby is overleden.
Bij de andere lampenset van 12 knippert er eentje.
Er is een soort dia projectie met beelden betreffende het leven van de neef op de muur, deels vallen ze over één ‘poot’ van het grote kruis.
We zien trainingspakken en sigaretjes, zijn 2 mooie kinderen, Molukse trommels, lachende mensen aan grote tafels met eten, NS werk foto’s, het jonge gezin van 10 kinderen waaruit hij nr 8 is/was….
Iedereen vindt en vond zijn/haar weg in het leven, een paar wonen 3 voordeuren bij hun vader, Oom B., vandaan.
Een van de nichten werkt al 47 jaar bij het UWV, het vroegere GAK, en gaat volgend jaar met pensioen.
Op de terugweg bleek dat de licht dove schoonpa de dominee nauwelijks heeft verstaan.
We nemen nog even door wie er zo ongerveer was en hoe die ‘wie’ ook weer tot ‘wie’ in verhouding staat.
Tante zus, de broer van zo, Pela dit, Pela dat, Ome die en tante sapa, neef hier, nicht daar, en veel broers en zussen.
Ik sla er niets van op.
Vandaag, letterlijk nu, is de begrafenis.
Mijn schoonpa is voor de derde keer in 5 dagen in de Overbetuwe, met schoonbroer.
De neef mocht maar 52 worden.
We waren ook op z’n bruiloft.
Het noodlot, de dood, greep hem, maar had wie dan ook kunnen grijpen, inclusief ikzelf.
Vertrouwen in de Heer – immers schepper van hemel en aarde – is van belang, zo mag ik weer eens begrijpen.
En dan klinkt er een meerstemmig en gedragen gezongen Amen, klinkend Aaahamien, aaahamien, ahaaamien…
P1070564Kerk