Maandelijks archief: april 2014

Amsterdam huilt….

Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen….

Ik was vanochtend bij de crematie van Aaf S., 87 jaar oud geworden.
Inclusief het personeel waren er 22 mensen in de Aula van Crematorium De Nieuwe Ooster.
Bij binnenkomst klonk ‘Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen’.
En bij vertrek ‘Aan de Amsterdamse grachten’.
Daar tussenin een korte speech van een nicht, hoofdmotto ‘Een engel heeft haar gehaald want het kon niet meer’.
Vervolgens een speech van een man die namens zijn vrouw sprak.
Ze waren als enige met 3 kleine kinderen daar.
Bij de koffie met cake raakte ik in gesprek met hem en later met z’n vrouw.
Zij bleek ‘het nichtje’ dat ooit boven de familie woonde op de Lijnbaansgracht.
Dat jonge gezin zat in de aula naast F., de enige overgebleven zoon van de familie, inmiddels ook iets van 65 jaar.
‘Ik heb jaren geen contact gehad met Aaf, maar de laatste jaren weer wel. We hebben haar nog 3 keer verhuisd na de dood van Dolf’. (zie hieronder)
Ik vroeg of het echt zo vreselijk was op het einde.
‘De stront zat op een gegeven moment op de muur’.
In 2e instantie herkende F. me en daarbij bedankte hij me voor het komen.
Daarbij meldde hij fijntjes dat we geen kaart meer zouden krijgen als het zijn beurt is.
Na afloop liep hij zonder gedag zeggen van het crematorium terrein af, alleen.
En ook de nicht wist niet of hij naar huis zou gaan of wat…..
Ik heb eerder over deze familie geschreven en dat haal ik hier nu op.

Het is een combinatie van wat ik op 11 augustus 2009 en op 5 oktober 2004 (be)schreef.
Er zit een kleine overlap in de verhalen.
Daarbij wordt meteen het verloop in je eigen geheugen weer eens geduid.
Details komen een paar jaar later anders tevoorschijn….
De familienaam en die van de enige overlevende heb ik bewust niet volledig gemaakt. #privacy
Omwille van de sfeer in de verhalen heb ik er niet één van gemaakt, dat kan altijd nog eens voor ‘Het Boek’.

Eerst 2004 en daarna 2009:

05/10/04 De familie S., Aaf, Dolf en F.:
‘We sein dit joar niet met vakantie geweest’, zei Aaf als eerste.
Ik was eindelijk weer eens even op de Lijnbaansgracht bij deze familie die wij eigenlijk hebben leren kennen op de dag dat hun zoon en onze vriend Arnold op 25 jarige leeftijd stierf aan een hersenbloeding, opgelopen tijdens een zeiltochtje met een vriend op het Nieuwe Meer.
Wij zijn die dag naar ze toegegaan om ze te condoleren en om aan te bieden een beetje te helpen met adressen en telefoonnummers van ‘bekenden uit de muziek’ verzamelen.
Arnold had al eens aangegeven dat zijn ouders en oudere broer F. geen idee hadden van zijn leven als muzikant.
Hij was één van de eerste muzikanten in Amsterdam met wie ik een beginnende vriendschap begon op te bouwen.
We zaten in ‘Almaz’, een vroeg funky fusion bandje waarmee wekelijks in ‘Chacaro’ speelden, een tent op de Lijnbaansgracht naast het beruchte ‘De Kroeg’.
We speelden voor een hamburger.
Arnold had verkering met zangeres E., een grote Surinaamse met enorme tieten, die een nogal chaotisch en hysterisch typje was. Moeilijk in de omgang…..
Zij bleek in verwachting toen hij stierf.
Vader en moeder S. hebben haar nog geholpen met de kinderkamer en op de geboortedag kwam er een pikzwart kindje tevoorschijn.
‘Wij weten alletwee dat dit kind niet van Arnold is’, had Aaf tegen E’s moeder gezegd toen beide ‘oma’s’ zich over de rand van de wieg bogen.
Ze draaide zich ooit om toen ik haar jaren later op de Albert Cuyp tegenkwam en we hoorden weer een aantal jaar later dat E. op ± 35 jarige leeftijd aan kanker was gestorven.
Dolf, zijn leven lang metselaar in het stadsherstel, werd in die tijd ziek aan zijn darmen en zo hoorde ik voor het eerst over een iriscopist.
Daar ging hij heen omdat de huisarts niks kon vinden.
‘Se scheine in je pupille wat te kenne sien’.
Inmiddels 84 jaar heeft ‘ie 2 lichte beroertes gehad en is er een blinde vlek aan de rechter kant zodat hij niet te dicht langs de huizen kan lopen omdat hij anders tegen dingen aanbotst.
Fietsen kan niet meer, maar hij gaat nog steeds elke dag, liefst lopend, naar ‘de tuin’ achter de Spaarndammerdijk.
Hij was dan ook niet thuis toen ik bij Aaf even heb zitten babbelen.
Het gebeurd niet genoeg, maar het gaat om ‘het weten van elkaar’, zo maakt Aaf altijd duidelijk.
Ze doen aan linedancen en ‘geemestiek’ want ‘Da’s goed voor je leif’.
Boeken komen uit de bilobotheek en zo zijn er nog meer uitspraken die een bijna ongeletterde simpelheid doen vermoeden.
De grap is dat simpelheid in hun geval makkelijk verward kan worden met zéér krachtige eenvoud.
Ze zijn positief, open en levenswijs.
‘M’n broer F. is een aparte’, zei Arnold altijd.
F. woont om de hoek, is ± 55, spaart stripboeken, eet elke dag thuis, werkt op de groothandelsmarkt op de Jan van Galenstraat en had bij Gall&Gall alvast goeie wijn gekocht voor kerstmis.
‘Doar heppie verstand van’.
Het zijn geweldige mensen waar iedereen van kan leren!
Dolf, historisch een communist van de oude stempel, had het over ‘heihufters’ toen ‘ie uitlegde waarom Arnold niet kon wennen aan militaire dienst en de daar aanwezige types.
Ze speelden een leven lang korfbal en waren de eerste Jordanezen die bij de Marokkaanse slager kwamen.
Ze gingen soms uit eten en op vakantie met het Fiatje totdat deze een keer door idioten in de Lijnbaansgracht is geduwd.
Daarna geen auto meer.
En dit jaar dus geen vakantie, omdat er té weinig aanmeldingen waren voor de busreis.

11-08-09, vlak voor vertrek naar de Kaapverden.
Gisteren was weer eens zo’n dag waar je je later te weinig van herinnerd.
We gingen om half 10 al naar Westgaarde voor de crematie van Dolf S..
Dolf was de vader van onze veel te vroeg overleden vriend Arnold, een van de eerste muzikanten met wie ik in A’dam bevriend raakte.
We hebben z’n ouders, Aaf en Dolf, ontmoet op de dag van z’n overlijden toen we ze gingen condoleren.
Ze hadden geen idee met wie hij allemaal omging en we hebben ze toen een beetje geholpen met het doorseinen van het afschuwelijk nieuws naar onze muzikale actieradius van dat moment.
We zijn rustig met elkaar in contact gebleven en hebben zelfs ook nog eens kerst met ze gevierd, eigenlijk om de lege plek aan tafel op te vullen, zo realiseerde ik me later pas goed.
Het verhaal van Arnold’s dood en de verwikkelingen na afloop met z’n ‘vriendin’ E. zijn op zich een hoofdstuk in ‘Het Boek’ waard, maar goed, nu even niet.
Laat ik nu even het trieste maar ook onwaarschijnlijke detail erbij slepen dat zij na zijn dood zwanger bleek…….. maar uiteindelijk niet van hem.
Aaf en Dolf gingen totaal onverwachts nog opa en en oma worden.
Ze hebben ook nog meegeholpen met het optuigen van de babykamer toen er uit de donkere E. een gitzwart kindje kwam.
Aaf heeft tegen E’s moeder gezegd ‘Wij hoefen mekoar geen Mietje te nomen, dit kind is echt niet fan Arnold’.
En ook E. is niet oud geworden want we hoorden alweer jaren geleden dat ook zij dood is, kanker.
Dolf werd 88 na een lang verval waarbij een paar hersenbloedingen en uiteindelijk ook nog een longontsteking hem fataal werden.
In z’n werkzaam bestaan is hij zo’n 50 jaar ‘schoon metselaar’ bij het stadsherstel geweest.
Hij werd geboren in 1921 en toen kon je je kind nog gewoon Adolf noemen, zijn volledige naam.
Met de Adolf (eigenlijk Adolphe) die bijvoorbeeld de saxofoon (omstreeks 1842) heeft uitgevonden was niets mis.
Er waren op Westgaarde ongeveer 40 mensen waarvan wij alleen zijn lieve vrouw Aaf en Arnold’s broer F. kennen.
F. is nu ongeveer 60, en werkloos na jaren bij De Kweker op de Jan van Galenstraat te hebben gewerkt.
Hij was elke dag stipt om 18 u bij vader en moeder voor het diner.
Arnold zei weleens ‘Die broer fan mein is niet goed bei su hooft’.
Het was werkelijk onvoorstelbaar toeval dat ik afgelopen vrijdag eens bij F. langs ging op de Bloemgracht om naar zijn ouders te informeren. Anders hadden we nooit geweten dat ‘ie dood was gegaan en hadden we zeker z’n crematie gemist.
‘We haddu geen adres meer’, zei F., ‘moar je bent seker welkom, mu moeder heb goaten in d’r geheugen, ze mag ook niet meer alleen op stroat, moar jullie kent ze echt nog wel’.
Al ongeveer een jaar werd er niet opgenomen als ik (af en toe) eens belde en op een gegeven moment viel het me op dat ze ook niet meer op de Lijnbaansgracht 101 woonden.
Toen hij open deed zei F. ‘Kom moar effe binnu, want d’r is inderdoad heel wat te furtellu’.
Dolf was een paar dagen eerder overleden en moeder Aaf zat sinds een week in verzorgingstehuis ‘De Bocht’ in de Spaarndammerbuurt.
Aaf’s familielijn is terug te voeren tot 1400 ‘zoveel’, allemaal in de Jordaan, zo had genealogisch onderzoek al eens uitgewezen.
Mooi woord, genealogie, maar Aaf had het opgezocht in de ‘billabotheek’.
En zo verrijkte Dolf mijn vocabulaire ooit met het woord ‘boereheihufter’ toe hij uitlegde tussen wat voor een types Arnold terecht was gekomen toen hij voor de millitaire dienst naar Brabant moest.
En daar is hij dan ook een soort deserterend vandaan gevlucht met S5 als gevolg.
Da’s dezelfde S5 die ik ook heb trouwens, met deze uitleg van defensie, de herkeuringsraad om precies te zijn: harddrugsgebruik ten gevolge van een psychische neurose……. ook leuke anekdote voor ‘Het Boek’.
En daar kun je jaren later gewoon als bandleider annex percussionist mee op de Kaapverden terecht komen!
Aaf en Dolf hebben me door de jaren heen diverse keren verbaasd met hun schijnbaar eenvoudige beschavingsgraad.
Dit zijn voor mij enorm inspirerende mensen geweest, het slag waar de wereld er veel meer van zou moeten hebben.
Bij het intekenregister op Westgaarde stond een broodmagere man met zongebrande kaken die uit een verweerd arbeidersmillieuhoofd staken.
Hij had zijn haar met een soort vet achterover gekamd.
Was dat nou Brilcream?, vraagt de kapperszoon in mij zich af?
‘Wat is nau toch in Godsnaom onse postcode?’ vroeg ‘ie aan z’n vrouw. ‘Die ken ik nou nooit onthouwe’.
Even later zong hij zachtjes ‘Aan De Voet Van Die Mooie Wester’ woord voor woord mee in de aula.
Een oude vrouw en een oude heer, geen bekenden van elkaar, maken voorafgaand aan de ceremonie een obligaat praatje op een bankje in de wachtruimte: ‘Oh, mijn man is al 21 jaar dood’, meldde zij toen hij zonder reden meldde dat z’n vrouw nog maar 2 jaar dood was, en dat na 60 jaar huwelijk……. Einde gesprek.
De ambtenaar bij de ingang van de wachtruimte was een oudere Surinaamse man en die was zo zwart dat ik me afvroeg of zijn crematie al een keer mislukt was.
Compleet fout, zo’n gedachte, zo’n associatie, verwijtbaar ook, maar hij schoot toch door m’n soms zieke hoofd, waarschijnlijk onder het hoofdstuk ‘humor’.
Hij ruimde nietszeggend de kartonnen koffiebekertjes op nadat we allemaal de aula inliepen.
We dronken na afloop nog koffie en aten een plakje cake, keuze uit 4 smaken: chocolade, volkoren, met krentjes en gewoon.
We hebben het steeds beter in Nederland. Wat nou crisis?
‘Bedankt for ’t komme’, zei F. en op de vraag hoe het met ‘m ging zei hij ‘Ik hep helemoal niks met afscheid nemuh, ik ben altijd een pure materialist geweest. Ik herinner mu mu foader zoals ‘ie was, lefond’.

In 2001 waren we nog op hun 50 jarig huwelijksfeest.
S11