Maandelijks archief: januari 2002

Columns Slagwerkkrant jaargang 2002

SLAGWERKKRANT jaargang 2002
——————————————–

Monitor… mooi niet, hoor!

Al dik 20 jaar speel ik met allerlei bands, artiesten en andere lolbroeken. Een mooie beloning voor het ‘stug doordouwen en niet opgeven’ is dat ik nooit meer met halfbakken muzikanten speel. Eigenlijk is het altijd ‘top’ en dat voelt als uitbetalen van muzikale lijfrentepolissen. ‘Geduld brengt vis’, zei mijn oma altijd.
Zodoende hebben zo’n beetje alle bekende ‘boem tsjak’-types in ons land, maar ook de nodige daarbuiten, en ik wel eens door elkaar heen gespeeld. Was het niet live, dan was het wel in de studio, alwaar mijn percussiesnuisterijen de basistracks plegen op te leuken, nietwaar?
Er lopen binnen ons poldermodel veel echt goeie drummers rond en met een van deze toppertjes had ik onlangs na lang wachten weer het genoegen om de ring in te gaan. Je kent elkaar al jaren, maar speelt helaas bijna nooit samen, behalve in een (vaak laffe) studiosituatie.
Na afloop zegt deze meneer dat hij het ‘echt geweldig’ vond en dat het ‘misschien gek’ is, maar dat hij voor het eerst percussie op z’n monitor heeft laten zetten, aangezien hij in andere situaties met percussionisten knettergek gek wordt van ‘dat gedoe’. Ik schrok daar nogal van, want dat je in de zaal vaak niet goed versterkt bent, wisten we al. Daarvan leer je ‘stug doordouwen en niet opgeven’. Dat echter je meest directe partner, de drummert, liever niet hoort wat je allemaal bijdraagt in de ritmische feestvreugde, is zorgelijk.
Zijn drummerts nou zulke dove aso’s, of zijn wij, en onze smaak en timing, nou zo slecht en oninteressant? Of is het poldermodel gewoon nog niet toe aan de universele waarheid dat ‘een en een drie is’ als het spelletje optimaal gespeeld wordt? Ik zie, ik zie, ik synergie wat jij niet synergiet, weet je wel, weet je niet…

——————————————–

Pauken

Onlangs werd Marinus Komst 50. Hij is een gepassioneerd mens en al 32 jaar paukenist waarvan de laatste 11 solopaukenist in Het Koninklijk Concertgebouw Orkest. Dan ben je wereldtop à la Gadd, Chambers, Colaiuta, etc.
Zo’n 20 jaar geleden nam ‘ie congales. Hij speelde, naast z’n paukenbaan in Het (niet Koninklijk, wel opgeheven) Frysk Orkest, conga’s in een Leeuwarder soulband. Daar ben ik nog steeds blij om, want Marinus verrijkt met zijn enthousiasme al 20 jaar mijn leven, alhoewel ik ook z’n hersens wel ‘ns kan inpauken. Hij is namelijk soms erg impulsief en dat komt dan op mij dan nogal onvolwassen over.
Op paukengebied evenwel is ’t een vakidioot. Hij bezit 70 pauken, waaronder ‘s werelds grootste van 41 inch (in ± 1920 speciaal voor Het Orkest gebouwd), maar hij heeft ook pauken uit 1885, van het merk Queisser, de eerste pauken van Het Orkest, 120 kilo per stuk; dat u het even weet!
Erg opmerkelijk vind ik dat z’n alledaagse impulsiviteit zo verschilt van het superdisciplinaire als er gepaukt moet worden. Dan zie je een zeer geconcentreerde professional die ‘ruimte in muziek’, en dus zijn vrije inbreng, in milliseconden moet zoeken. In het repertoire van zo’n orkest is de orde lang geleden bepaald door de componist(e) en dat waren meestal dwangmatig secure types en zeker geen liefhebbers van improvisaties of onaangekondigd individueel initiatief. Bovendien staat voor zo’n orkest altijd een keurig betaalde zwaaimullah ook nog de maat te wapperen. Alsof gemiddeld 185 jaar te kort is om iets dat per micromillimeter is uitgeschreven ingestudeerd te krijgen… Ik beslis vaak zelf wát ik speel, dan wel óf ik überhaupt speel in een muziekstuk.
Maar wat valt uiteindelijk op? Passie is een van de belangrijkste ingrediënten voor succes en daarenboven een elementaire grondstof voor een kleurrijk bestaan. Overigens is m’n vriend Marinus gek op vissen en ik niet.

——————————————–

Herbie

Onlangs was Herbie Hancock gast in het VPRO programma ‘Vrije Geluiden’. De voltallige directie van m’n gierende BV was erbij om held Herbie van dichtbij te beleven. Al vanaf het begin van mijn muzikale bewustzijn staat Herbie in mijn persoonlijke ‘top 5’. Met name de soundcheck was adembenemend. Hij speelde ‘Maiden Voyage’, een legendarische compositie. ‘Hmm, nice piano’, was het commentaar na 5 minuten hemelse klanken. En ‘Hmm, did I really play 5 minutes?’. Het heeft iets fenomenaals als een ‘originator’ zichzelf speelt. Denk aan Prince die ‘Kiss’ speelt of aan Mick Jagger die ‘I Can Get No Satisfaction’ zingt of Vader Abraham die ‘Het Smurfenlied’ vertolkt. Herbie was 12 toen ‘ie Mozart speelde met het Chicago Symphony Orchestra, 22 toen Miles Davis ‘m inlijfde, 32 toen ‘ie met z’n funky band Headhunters schnabbelde, 42 toen ‘Rockit’ z’n wereldhit was, 52 toen ‘ie klaar was met geld tellen en 62 toen ‘ie op een zondagochtend vlak voor mij zat te soundchecken. Mooie loopbaan! In het interview kregen recensenten een veeg: ‘They don’t even pay for CD’s they write about’, en over de kritiek op z’n escapades in allerlei muziekstijlen anders dan akoestische jazz: ‘I never signed a contract to be a jazzmusician, I can do whatever I like!’. Kijk, dat is natuurlijk koren op mijn mallemolen. Daar krijgt Jeroentje weer eens bevestigd dat fundamentalisme in wat voor vorm dan ook fundamenteel mis is! Herbie is trouwens verklaard boedist. En daar moest ik dan maar eens over gaan lezen. En dat gaat natuurlijk niet gebeuren want ik ben te druk met druk zijn. Maar als ik stop met columns schrijven…… dan verdiep ik me in boedisme en ben ik er helemaal gerust mee dat ik in dit leven niet in de buurt ga komen van Herbie’s staat van dienst. Tjakaaa!

——————————————–

NSJF hempje

Na een heerlijke week repeteren met percussiollega Eddie Koopman in The Metropole Orchestra & Gino Vannelli speelden we gistermiddag in de Statenhal op het North Sea Jazz Festival. ‘Brother To Brother’, ‘People Gotta Move’, joepie!! s’Avonds mocht ik nog eens aantreden met Braziliaans gitarist Sandro Albert, de meesterlijke Jimmy Branly op drums en de helft van de Yellowjackets. Ik had al trillend vastgesteld dat er in slechts 2 van de 12 liedjes een vierkwarts vermeld werd in de vooruitgestuurde partijen. Verder 3,5,6,7 tot 9/4 en dat nooit een heel liedje lang. Gelukkig lees ik voortreffelijk, maar dan de krant…….. Ik had me daags vantevoren de tering zitten tellen ter voorbereiding en er maar het beste van gehoopt.
We vertrokken om 10.15 en om 03.15 ging m’n garagedeur weer open. Extra kaarten krijgen is legendarisch moeilijk maar als je om 11.00 u de garage binnengaat kun je makkelijk met 8 man het terrein op en ben je geniaal geparkeerd. (Tip!!)
Eenmaal aan het werk tref je behulpzame stagecrews en gratis water. Te vreten krijg je niets behalve als je snel een handje tacochips, een partje meloen en een Snickers uit Gino’s kleedkamer ratst. Met homemade boterhammen kom je er prima doorheen en hoef je van je zwaar bevochten gage geen 20 Euro voor een zielig bordje nasi goreng te betalen. 75.000 mensen worden genaaid!
Ik schrijf deze column op mijn favourite terras in de Amsterdamse Jordaan. Toen ik vanmiddag wakker werd heb ik mijn nog naar Jazz stinkende hempje nog maar een dagje extra aangetrokken om af te kicken. Overigens heb ik vannacht nog keurig gedoucht. Haslip & Ferrante spelen vanavond in München, Gino is net thuis, Jimmy Branly doet vananvond alweer een timbalessessie in LA voor Celia Cruz, The Metropole heeft vakantie en ik bestelde net ineens een biertje.

——————————————–

Het neusje van de galm…

– Zeg, die galm op de snare, is dat niet een beetje veel?
– Ja….. nee, wat je nu hoort, is de galm op de microfoon ónder de snare.
– Oh, juist, nee goed, daarom klonk die rim in het couplet al zo gek. Die klinkt alsof ‘ie anderhalve meter van de hi-hats af staat.
– Ja, maar zo klinkt het bij Ani Difranco ook!
– Oké, enneh… moet ‘ie niet wat meer gelimit worden? Ik mis nog een heel klein beetje pok, jij?
– Wat? De onderkant of de bovenkant van de snare?
– De bovenkant natuurlijk, dan wordt de rim in het couplet wat agressiever. Dat mag wel, vind je niet?
– Nee, voor mij is de sound van die bovenkant helemaal top.
– Zeg, en in dat interlude hoor ik de cymbals nauwelijks, jij? Moeten de overheads daar niet wat harder?
– Ja, dat kan, maar dan moet ‘ie overal harder, want anders klinkt het niet natuurlijk meer. En bovendien klinken dan die tom-accenten ook weer heftiger, want die worden ook door die overhead-mics opgepikt.
– Oké, maar dat vind ik eigenlijk niet zo erg, jij?
– Mwa….. het kan wel. Alleen moeten we dan de leadvocals harder zetten in dat interlude, want die worden nu weggedrukt…
– Oké. Hé, en de bassdrum, is die goed zo?
– Absoluut! Helemaal top!
– Zeg, en wat speelt ‘ie vlak na die bridge voordat het couplet weer begint? Kunnen we daar nog een witje laten vallen zonder dat dat overspraak geeft in de piano bijvoorbeeld…
– Niks aan de hand. Hij speelt daar sowieso niet. Hij komt terug in met een mooi roffeltje.
– Kijk, dat zit weer mooi mee! Maar eh… die galm op de snare is dus Oké zo?
– Laten we nog maar effe luisteren…Vanaf het interlude?
– Neehé. Vanaf het begin natuurlijk!
– Oké, rustig maar. Komt ‘ie…

——————————————–

Turkinaams

Te onregelmatig doe ik boodschappen in Amsterdam-Oost, omgeving Javastraat / Dappermarkt. Er gebeuren daar, als je een oplettende burger bent, inspirerende dingen. In ieder geval verneem je andere berichten dan bij de grootste kruidenier….
Zo ook het volgende: Surinaamse schone (werknaam Sashira) koopt bij Turkse kruiden-vlees-melk-groenteboer (werknaam Hassan) een halve watermeloen ter grootte van 2 basketballen. ‘Komt die meloen uit Turkije?’, vraagt Sashira . ‘Uit Paramaribo!’, zegt Hassan. ‘Je liegt!’, zegt Sashira. Hassan zegt een aantal Surinaamse dingen tegen haar om haar te pleasen. Zij lacht minzaam en zegt tegen mij: ‘Weet je dat ze zelfs in Turkije Surinaams tegen je beginnen te praten? Ze zijn daar gek op Surinaamse vrouwen!’. Hassan: ‘Mi sweetie, je was zeker in Kusadasi?’ Jeroen: ‘Heb jij toevallig een Surinaamse vriendin? ‘Ja’, zegt Hassan in onvervalst Turkadams:’de laatste 3 waren Surinaams! Ha, ha……’. ‘Zou die wel willen! Je liegt!’, zegt Sashira. Hassan; ‘Klopt.’ Sashira: ‘Zie je wel! Mijn kinderen zijn gek op watermeloen.’ Hassan: ‘Hoeveel kinderen heb je?’. Sashira: ‘Twee, vind ik wel genoeg!’. Hassan: ’Echt waar? Waarom niet meer?’. Jeroen is ondertussen allang toeschouwer geworden van een realtime soap natuurlijk. De puinhopen van paars? Me reet!, denk ik dan……. De wettige liefdesengel van Sashira loopt binnen (werknaam Frenk) en zegt: ’Wow, wat een grote meloen! Mmmm heerlijk! Dat zullen de kinderen lekker vinden!’.
Bij toko “Mi Lobi” haal ik nog wat kroepoek en rempeje want dat heeft Hassan (nog) niet. Daar zit de familie Sashira & Frenk met 2 bloedjes van kinderen op een heerlijke Roti te wachten. ‘Dus jullie gaan die heerlijke watermeloen opeten?, doe ik populair. ‘Jaaaaa!’, zegt de kleinste (werknaam Leroy). ‘Ik vind het zo plakkerig’, zegt de grootste (werknaam Seychella). ‘Smakelijk eten’, zeg ik terwijl ik Frenk feliciterend aankijk.
Wat dit met muziek te maken heeft? Alles!!